maandag 6 maart 2017

De biblio-sonnetten van Verlaine

De laatste verzen van Paul Verlaine, vertaald door Martin Hulsenboom.

I

In oktober1895 - tien jaar nadat de Tachtigers het tijdschrift De Nieuwe Gids oprichtten - wordt Verlaine in Parijs benaderd door Pierre Dauze, hoofdredacteur van de Revue Biblio-iconographique. Dauze wil dat Verlaine 24 sonnetten schrijft over het thema bibliofilie. Tegen het eind van het jaar heeft Verlaine dertien sonnetten voltooid, waarvan er tot dan vijf in de Revue verschijnen. Verlaine is dan al zo ziek dat verder schrijven niet meer lukt. Op 8 januari 1896 overlijdt de Pauvre Lélian, zoals hij zichzelf soms noemt. Deze dertien sonnetten zijn nu voor het eerst (!) in het Nederlands vertaald door Martin Hulsenboom.
Hoewel Verlaine nog steeds behoort tot de grootste dichters aller tijden, zijn er maar weinig mensen die regelmatig naar zijn poëzie tasten, laat staan in Nederland, waar de poëzie sowieso al een stiefkind is van de literatuur en de literatuur zelf ook al wordt verweesd door allerlei verhaalgenres die zich literair noemen, van zogenaamde thrillers (meest gelezen genre) tot literaire kookboeken (het minst gegeten).
Bij Verlaine gaat het dan ook nog om bibliofiele sonnetten. Belangwekkend voor de liefhebber, maar niet schokkend of ontroerend, al zijn ze toch op een sterfbed geschreven. Ook in Frankrijk wist, buiten de bibliomanen, niemand van het bestaan van deze sonnetten. In ons land zijn maar drie exemplaren bekend (van de 131 exemplaren) van de luxe editie die in 1913-1914 door de Franse uitgever Floury zijn bezorgd.
            Wie kent dan deze verzen? Martin Hulsenboom blijkt, de vertaler. Hij heeft al eerder tamelijk onbekend werk van Franse dichters vertaald, zoals De Lutrijn van Boileau-Despréaux en Ver-Vert van Gresset (over een onbetamelijke papegaai). Maar alleen de vertaling van de dertien sonnetten uitgeven zou al te mager zijn. Moest het - gezien het onderwerp de biblio-iconographique - niet ook een mooi boek worden? Een echt gebonden en geïllustreerd boek? Een boek voor de bibliofiel? 
Precies, dat is het geworden.

Naast de sonnetten – de originele versies verso en de vertaalde recto – is deze uitgave voorzien van een biografische schets, geschreven door Peter IJsenbrant en een degelijke bibliografische geschiedenis door Ed Schilders. In het boek staan de originele illustraties van Richard Ranft (van de Franse editie van 1913) en andere afbeelding zoals kopieën van de gedichten uit de originele druk en andere afbeeldingen van de beroemde verdoemde dichter. Het geheel is dus een drie-eenheid met aan de buitenkant de bio- en bibliografie en zoals bij een dubbeldikke boterham het beleg – de sonnetten - in het midden. Ook het drukwerk is zeer stijlvol verzorgd, want je kunt geen biblio-iconografiek werk uitgeven als dat zelf niet een biblio-ding[1] is. Dit boek is een juweel en een geschenk voor de ware amateur (liefhebber). Dus snel naar de boekwinkel.

[Deel II – in voorbereiding - gaat over de sonnetten zelf]




[1] Verlaine schrijft in het sonnet Pauca mihi dat hij zelf in een ‘biblio-chose’ is veranderd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten