vrijdag 22 mei 2026

Carnaval in het heelal

 

Carnaval in het heelal

 

In het Fènpruuvers-krantje nr. 447{Tilburg] stond een stukje over carnaval in andere landen. Altijd een geschikt onderwerp voor een carnavalsblad. Jammer dat het bij een opsomming blijft; de details maken stukjes altijd interessanter. Bijvoorbeeld. De carnavalsoptocht in Bridgewater. Deze optocht wordt elk jaar begin november gehouden. Er rijden dan plm. honderd verlichte wagens mee, carts geheten. Die datum houdt verband – zoals in het krantje vermeld – met het mislukte plan om op 5 november 1605 het Hogerhuis tijdens een zitting met alle leden en de koning, op te blazen met buskruit. [Wikepedia schrijft: buskruid. Dit groeit langzaam in een buske.] Koning James 1e heeft toen bevolen dat men overal in Engeland elk jaar in november vreugdevuren moest ontsteken. Ook worden poppen van stro die de hoofddader moeten voorstellen, verbrand. Deze boef die in de krochten van het Hogerhuis betrapt werd met zijn vuurwerkspullen en die werd opgehangen en in vier stukken verdeeld, heette Guy Fawkes. Precies zijn smoelwerk kwam je tegen op de maskers van de hackers van Anonymus en de Occupy-bewegers. Het Bridgewater Guy Fawkes Carnival heeft een politieke oorsprong en heeft dus met ons carnaval voor de vastentijd niets te maken.

Er zijn trouwens nog veel meer landen waar carnaval wordt gevierd, zoals het Rijnland [Kulle=Köln], het Walenland [beroemd zijn de Gilles van Binche], het Theebuikenland [altijd nuchter] Venetië en in Disneyland [elke dag carnaval] Volgens de beroemde Ertveldse zanger Eddy Wally is het ook carnaval in het heelal en het heelal is, zoals je weet, overal.

Genoeg om honderd krantjes over vol te schrijven.

 

Het lekkerste carnaval in het heelal is natuurlijk in Rio. Twee factoren die bij ons ontbreken treffen we daar in overvloed. Zonneschijn en mooie bijna blote vrouwen. Maar aan de muziek kunnen we wel wat doen, i.p.v. die stampmuziek:. Braziliaans repertoire met de samba etc. Nu ligt Rio niet naast de deur, maar we hebben de film. Het carnaval in Zuid Amerika komt o.a. voor in -je zou het niet verwachten- een James Bond film.

De twee mooiste carnavalsfilms zijn m.i.:.

-          Orfeo Negro – Buenos Aires [met het mooie lied: Mahna de Carnaval]

 

·          

 

 

 

 

 

 

-          En Karnaval: in Duinkerken van Thomas Vincent 1999.

woensdag 20 mei 2026

Boekendieven (blog 134)

 Boekendieven

Boekendieven zijn er in vijf soorten stelt de American Antiquarian Booksellers Association in een lijst voor boekhandelaren onder het motto “Ken uw vijand”.

Dit zijn ze:      1.         De kleptomaan die steelt omdat hij moet, uit innerlijke dwang.

2.         De profiteur, die zijn buit doorverkoopt, gaat het om het geld.

3.         De boze dief komt omdat hij boos is [hij is bijv. afgezet of jaloers].

4.         De gelegenheidsdief; er valt makkelijk wat mee te nemen.

5.         De boekenliefhebber die steelt omdat hij een boek dwingend moet hebben voor zijn collectie en niet kan of wil betalen; de bibliomaan dus.

En dan is er nog de boekhandelaar die zichzelf besteelt, omdat hij zo veel van

sommige boeken houdt dat hij ze niet kan noch wil verkopen.

 

Hoe een boekenverzamelaar begint met zijn hobby, meestal nog onschuldig en hoe die tot een passie of een obsessie uitgroeit, verhaalt Allison Hoover Bartlett in zijn boek: The man who loved Books too much. The true story of a thief, a detective and a world of literary obsession.[Ed. Riverhead Books]

Het gaat de boekenverzamelaar om meer dan de inhoud van het boek; een waardevol boek appelleert aan alle zintuigen als een fysieke bijna seksuele ervaring door de geur, de aanblik, het aanraken, het bezitten. Veel boeken zijn onbereikbaar omdat ze zeldzaam en [dus] duur zijn. Welke arme lezer kan de eerste druk van Lolita, waarin een opdracht van Nabokov aan Graham Greene, betalen, als dat bij een veiling bij Christie’s voor 264.000 dollar wordt verkocht?

De liefhebber die teveel van boeken hield, is ene John Charles Gilkey. Hij begint met het rommelen met creditcardgegevens van rijke klanten van het warenhuis waar hij werkt; hij bestelt telefonisch boeken met de ontfutselde creditcardgegevens en laat ze zgn. door een ander afhalen. Ook verwijdert hij waardevolle prenten uit boeken; steelt eerste drukken bij tentoonstellingen in de bibliotheek, etc. Het boek verhaalt ook over andere beroemde boekendieven, maar niet over de volgende.

Een zeer typerend en even uitzonderlijk geval van bibliomanie kwam aan het licht in maart 2012. Toen berichtte Die Welt de arrestatie van een hoge ambtenaar uit Darmstadt in de hofbibliotheek van vorst Wittekind zu Waldeck und Pyrmont. Men had ontdek dat een zeldzame uitgave van Johann Friedrich Blumenbach: Handbuch der Naturgeschichte [1779] verdwenen was. Er werden camera’s geïnstalleerd en politie-inspecteurs verscholen zich in de bibliotheek. Ze zagen hoe de ambtenaar boeken in zijn tas, in zijn koffer, een jutezak en onder zijn trui liet glijden. Bij zijn arrestatie buiten bleek hij 53 boeken te hebben gestolen. In zijn huis waren er nog vierentwintigduizend ter waarde van meer dan een miljoen euro; afkomstig uit zestig bibliotheken in Duitsland, Nederland en andere landen. Het ging hem vooral boeken om zeldzame historische wetenschappelijke werken over o.a. geologie, mineralogie en fysica. Het hele huis stond er mee vol. Verkopen deed hij ze niet, tijd om ze te lezen had hij niet. Wel had hij in elk boek zijn naam gezet. ‘Hij was een hoffelijke man die anders dan de meeste bezoekers, vrij in de bibliotheek mocht rondlopen, zei de vorst. Dat men deze man niet heeft betrapt, mag een wonder heten. Blijkbaar worden de ordinaire thrillers van de openbare bibliotheek beter beveiligd dan vele zeldzame historische werken.    .          

 

 

maandag 18 mei 2026

Lilith

 

 

Lilith

 

Door de twee scheppingsverslagen in Genesis (1-2) met elkaar te vergelijken en de verschillen te interpreteren, ontstond het idee dat Adam vóór Eva een gelijk geschapen vrouw had, Lilith. Als duidelijk beschreven persoon verschijnt Lilith pas in het Alfabet van Ben Sira uit de 7e of 8e eeuw. Ben Sira beschrijft de legende dat God naast Adam een vrouw uit leem schiep, Lilith. Zij ging in op Adams voorstel om seks te bedrijven, maar ze kregen ruzie omdat ze weigerde onderop te liggen, aangezien ze (te)gelijk waren geschapen.

Middeleeuwse rabbijnen namen Ben Sira's verhaal over. In Genesis 1 zou Lilith zijn geschapen, en in Genesis 2 de meer gehoorzame Eva. Er bestonden alternatieve verhalen, ook in het christendom

Voor Nederland maakte Emants een op haar geïnspireerd gedicht, dat hem niet in dank werd afgenomen, maar Kloos verdedigde het en Verwey noemt het als een der feeën aan de wieg van de beweging van 80; toevallig staat zij ook aan de wieg van de beweging van 50 {Schierbeek, Lucebert], en daarom staan we even stil bij Emants's Lilith. In dat gedicht is Jehovah een wellustige God, die Lilith - één van de oorspronkelijke geesten - bemint. Zij schenkt ten gevolge daarvan Adam het leven, waarna God haar verstoot. Wanneer Adam haar vindt en begeert, tracht ze hem te betrekken in haar zucht om zich op God te wreken, maar Adam koestert geheel andere, voornamelijk erotische gevoelens, om welke reden zij hem verjaagt. God stuurt haar daarop een engel met de boodschap dat haar een blijvende plaats in de hemel zal worden geboden, wanneer zij Adam een levensgezellin zal baren. Lilith is daartoe bereid, mits zij in de hemel opnieuw de rust genieten zal, die zij kende, van voordat in haar de wellust was gewekt, maar God kan daar niet op ingaan. Zinnend op wraak schenkt Lilith dan toch het leven aan Eva, die in alle opzichten een spiegelbeeld is van de moeder - maar met dit verschil dat Eva blond is, en Lilith zwart. Die gelijkenis is haar wapen om zich op God te wreken. Wanneer Adam Eva ontmoet, rijst de twijfel in hem op, maar Eva slaagt erin hem ervan te overtuigen dat hij met haar, niet met Lilith te doen heeft. In haar boosaardigheid probeert Lilith alsnog Eva tegen Adam op te zetten, maar als Eva zich vol kinderliefde aan haar boezem vlijt, wint de moederliefde het toch, en wil Lilith haar plan opgeven. Dat is tegen de zin van haar zusters, die er dan ook door demonenlist in slagen, Adam toch in de val te laten lopen. Ze fluisteren Eva in, dat Adams hart niet uitgaat naar haar, maar naar Lilith. Geholpen door sluwheid en schaduw doet Eva zich aan Adam als Lilith voor, en moet dan aanhoren, dat Adam inderdaad Eva graag voor Lilith in zou ruilen. Tot zover Emants' verhaal (dat nog lang niet uit is hiermee).

 [Bron:Wikipedia, aangepaste versie]


GIFTIGE WOORDEN

Het was Lilith , als slang met schubben, die tot Eva sprak

Haar adderlijf gedraaid om de boom van goed en kwaad

Haar giftige muil hangend over een tak, vol verleidelijke praat

Eet van deze appel, zei zij sissend, de vrucht van het verraad.


Giovanni Tomasi di Campina

 

Er zijn woorden die sissen als slangen.
Vleesetende woorden met een muil vol tanden.

Paul Snoek

 

En een fragment uit Lilith van Marcellus Emants


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zij slaat haar oogen op en ziet hem aan....

Het is een mensch, een wezen hem gelijk,

Als hij ontwaakt tot leven, tot genieten!

[p. 14]

 

Een doodlijk bleek verjaagt den diepen blos,

Die nog zoo even op zijn wangen gloeide,

Zijn hart klopt bang, hij voelt den drang ontwaken,

Zijn lippen op haar rozemond te drukken,

Zijn armen om dien blanken hals te strenglen,

En met haar zwarte haren borst aan borst

Zich aan dat heerlijk lichaam vast te snoeren,

Tot eeuwge liefde en eeuwge zaligheid.

Een onweerstaanbre macht werpt hem ter aarde.

Hij buigt de slanke lelies uit elkander,

Die 't schoone lijf haar blankheid mededeelden,

Zijn hand glijdt over 't melkwit voorhoofd heen,

Zijn mond drinkt reeds den adem van haar lippen,

En 't klinkt weer zacht:

‘Heeft Adam Lilith lief?’

Nu vat hij stout de donkre lokken aan,

Waarin narcis en vuurge rozen gloeien....

Doch plotseling ontsnapt een kreet zijn borst,

Een scherpe doorn drong diep in 't vleesch hem door,

Hij trekt de hand terug.... 't is te laat.

Den bliksemflits gelijk, die blinkt en doodt,

Springt Lilith van haar bloemenbed omhoog.

[p. 15]

 

‘Terug vermeetle’!

 spreekt ze, en wijst hem af

 Met blik en streng gebaar.

 ‘Terug die hand!

vrijdag 8 mei 2026

Lollepot en lollypop (132)

 

Lollepot

Een lollepot is geen voornaam, maar een stenen kookpot met gaten in de deksel die als verwarming gebruikt werd, speciaal voor vrouwen. Door er bovenop te gaan zitten. Rokken erover en lekker stomen maar.

"Met de lollepotten komen we  in aanraking met een derde categorie achttiende-eeuwse vrouwen die mogelijk lesbisch genoemd kunnen worden, omdat zij overduidelijk van alles met elkaar deden." [De andere twee zijn zielsvriendinnen en vrouwen in mannenkleren.] De verslagen van onnatuurlijke ‘vuyle verrichtingen’ die tegen het einde van de achttiende eeuw in de justitiële archieven en in de populaire pers opduiken vormen een intrigerend verschijnsel. Een aantal van hen werd voor de rechter gesleept, terwijl dat daarvoor niet eerder gebeurd was.” [Bron: Myriam Everard. Ziel en zinnen. Over liefde en lust tussen vrouwen in de tweede helft van de achttiende eeuw. Groningen, 1945 Dissertatie]

Waren deze lollepotten de voorlopers van de twintigste-eeuwse lesbiennes of ging het meer om gelegenheidsgedrag van vrouwen bij gebrek aan mannelijke partners? Dan klopt het spreekwoord: Beter een lollepot dan van onder op slot.

 

Lollypop

In Amerikaanse liedjes kom je het woord ‘lollypop’ tegen. The Spice Girls bliezen een oud popliedje ‘My boy lollypop’ nieuw leven in en ‘She licked me like a lollypop,’ zingt de vuilbekkende rapper Lil’Wayne. Ook lollypot komt voor in het Engels maar, dat is meestal een winkel met geinige bloempotten.

dinsdag 5 mei 2026

Autobiografie en fictie (Blog 131)

 

Autobiografie en fictie

Opmerkingen over fictie in autobiografieën en autobiografische elementen in fictie

 

In Niebla, een in 1914 verschenen boek van Miguel de Unamuno, krijgt de verteller [uitdrukkelijk, de schrijver zelf] het aan de stok met de hoofdfiguur, omdat deze fictieve persoon iets wil doen wat de verteller niet wil. Ook de voorwoordschrijver wordt niet gespaard. In het na–voorwoord, stelt de schrijver dat hij kan doen met zijn personen, wat hij wil en dat de voorwoordschrijver noch de verhaalfiguren daar iets over te zeggen hebben. Dat de schrijver zich - tot in het voorwoord - met zijn eigen verhaal bemoeit, omdat de hoofdfiguur eisen begint te stellen, dat is ongebruikelijk.

 

In fictie maakt een auteur gebruik van een verteller om een verhaal te vertellen over een of meer hoofdfiguren en dat met een bepaald doel. Vaak gebruikt de schrijver autobiografische elementen, maar hij zet ze om, verandert er naar believen van alles aan, verzint andere namen, plaatst gebeurtenissen in een andere tijd of kader, anders gezegd hij manipuleert de feiten om ze te onderwerpen aan zijn intentie. Waarheid en verzinsel zijn verstrengeld; ook bij een ik-verteller.

De lezer van fictie weet dit; hij maakt  a.h.w. een afspraak met de schrijver, de lezer weet dat hij verzinsels leest. Voor een autobiografie geldt een ander pakt: de lezer veronderstelt eerlijkheid en openheid; waarheid en duiding en wenst juist niet gemanipuleerd te worden.

In een volmaakte autobiografie zouden verteller, hoofdfiguur [de schrijver zelf] en doel van het verhaal [het leven van de schrijver] moeten samenvallen. Is een perfecte autobiografie schrijfbaar?

Nee!

Alleen praktisch al niet, want dan moet je steeds noteren wat je doet, denkt en beleeft en dat is dus schrijven dat je schrijft en je beleeft dus niks, dus daar kun je dan niet over schrijven. Het leven valt samen met het schrijven. En daarbij: wie zou dat dan willen lezen?

 De problemen van de autobiograaf die niet vertelt maar navertellen moet, zijn tweeërlei:

-zijn herinnering deugt niet

-zijn taal reikt niet .

 

Afgezien van de witte plakken in het brein genoemd naar dokter Alzheimer en zijn vakbroeders is er geen groter vijand van het geheugen dan de tijd. Want wanneer schrijf je een autobiografie? Als de tijd daar is en die dient zich aan op een hogere leeftijd. De schrijver kijkt terug, herinnert door een waas die hangt tussen het toen en het nu van het schrijven.

En de taal schiet tekort. Hoeveel woorden moet je besteden aan een gebeurtenis? Alles in detail maakt het boek onmetelijk dik en onschrijfbaar en dan de woorden zijn benaderingen om het onuitspreekbare te benaderen. Moet ik mijn kinderjaren in een kindertaal schrijven?

 

 

woensdag 29 april 2026

ONDINE

 Ondine

 Ondine of Undine is een tweestraartige waternimf. Dat is een essentieel verschil met de standaardzeemeermin (meer of min uit zee of meer) die we overal afgebeeld zien met een enkele staart. Hoe plant dit onderwaterwezen zich voort? Of beter hoe kan een man het met haar doen? Dat lijkt wat beter te lukken met de tweestaartige  Ondine die haar vulva toont, zoals afgebeeld op Etruskische tombes, vazen  en op bijgaande afbeelding. Maar hier is weer een ander probleem. Wanneer zij zich verenigt met een man en een kind baart, zal zij haar onsterfelijkheid verliezen. Haar verlangen wordt haar dood. Geen wonder dat ze  de muze is van tal van schrijvers en componisten.

In 1958 maakte Hans Werner Henze een ballet op haar naam. Dezelfde Hans is een persoon in een verhaal van Ingeborg Bachmann. Dat verhaal heet Undine geht en deze Ondine komt heus niet terug voor die keurige mannen die diep in hun hart verlangen naar woeste seks met deze nimf, maar geremd worden, want hun burgerhart laat hen niet vrij. 

‘Undine kan alleen verrijzen als de mens haar roept en zij aan zijn verlangen om een extase te beleven gehoor geeft. Undine komt, omdat Hans graag speelt met de gedachte aan fiasco, vlucht en ondergang. Die vlucht kan hem verlossen van het saaie, geregelde bestaan dat hij leidt. Want heimelijk is de mens het nooit met zichzelf eens, niet met zijn huis, zijn werk, zijn leven, niets met alles wat vast ligt. Ook de ban niet over de tijd: Sta stil! Tijd!’

Ook Louis Paul Boon schreef een verhaal over Ondinneke, maar dat meiske heeft weinig met de waternimf te maken.

donderdag 16 april 2026

De zevende functie van taal (de roman)

 Een roman over de zevende taalfunctie

Het veel gelezen en brutaal grappige boek van Laurent Binet: De zevende fuctie van taal begint met de dood van Roland Barthes: de belangrijkste literair criticus van de 20e eeuw. Hij wordt op 5 februari 1980 aangereden door een bestelbusje (een moordpoging) waarna hij nog enige tijd in het ziekenhuis doorbrengt voor hij overlijdt  (echt gebeurd). Hij zou in het bezit zijn van een document waarin de zevende fuctie van taal wordt uitgelegd; maar (spoiler) dit document wordt nooit gevonden, ondanks de naspeuringen van politiecomissaris Bayard en vele anderen. In het boek wordt de hele Parijse literaire en politieke wereld op de korrel genomen, vooral de taalkundige Foucault en president Giscard moeten het ontgelden. Feit en fictie in dit boek vormen een onlosmakelijk weefsel. 

Lees het uitgebreide artikel over De zeven funties van de taal in een eerder blog. Zoek met de term: Taalfuncties.