Kafka, Franz
Kafka en Brod ontmoetten elkaar voor het eerst in de Lese- und Redehalle der Deutschen Studenten; een verenigingslokaal aan de Ferdinandstrasse, nu Národní .
Iedere Duitstalige abituriënt van de Middelbare School was
hier lid van, tenzij men nationaal-antisemitisch gezind was. De Halle was Duits-liberaal. Men droeg er
geen baretten, wel een band in de kleuren zwart-rood-goud met daarop het
jaartal van de revolutie 1848. Tussen het Halle-comité en de leden bestond een
zeker antagonisme, want bepaalde
corporatieve afdelingen van het comité – de zgn. couleurs – lieten zich alleen
zien op de jaarlijkse algemene vergadering waarop door hen het comité-bestuur gekozen werd en de andere
leden, de knorren, of vinken zoals in het Duits genoemd werden, zoals de sectie
voor literatuur en kunst waarvan Kafka en Brod deel uitmaakten, volledig genegeerd
werden.
In juli 1908 vond hij de baan waarnaar hij lang gezocht had
bij de Arbeiter-Unfall-Versicherungs-Anstalt
für das Königreich Böhmen in Prag.
Grote indruk op Kafka maakte de volks-joodse toneelstukken van de toneelspeler Jiczhak Löwy, die speelde bij een jiddische toneelgroep uit Lemberg (nu Lviv in Ukraina). In 1911 ging hij intensief met die groep uit Lemberg om en organiseerde zelfs een lezing in het joods stadhuis en een tournee in Bohemen.
De dominerende idee in het werk van Kafka is van een
niet-verloste wereld, van een ononderbroken dagend gerecht en van de
droomwereld die wortelen in het rabbijnse Jodendom en het chassidisme. Hierin
ligt de denkwereld van Kafka besloten.
Een speurtocht naar Das Schloss
1980 We reden langs de Elbe om de Elbe te zien.Maar je kon de Elbe niet eens zien Dat ging niet. Er lag een heel brede spoorlijn tussen de weg en de rivier. Dus we zochten een plek waar we konden keren, want dat ging daar niet. Een stuk verderop. lukte dat wel. En toen zagen we een hoge rots met daarop een burcht met een toren en daar was een weggetje naar boven.Misschien was dat wel de burcht waar Kafka het over heeft in Dass Schloss. Toen we een eind hadden gereden over zo’n half geasfalteerde weg met gaten kwamen langs een cafeetje, dat was dicht en verderop werd dat weggetje twee karresporen. Dus we zetten de auto daar neer en gingen te voet verder. Maar dat ging niet want er stond een hek met verboden toegang. Toen zijn maar teruggegaan naar dat cafeetje. Dat was toen open. Ik heb nog gevraagd wie daar dan boven woonde. Daar woonde niemand, alleen een beheerder. Die paste op dat slot. Maar daar wou de cafébaas verder niet over praten. Dus we bestelden daar een groot en een klein bier en twee appelsap. Maar ze hadden alleen grote bieren.Dus toen die baas het bier bracht vroeg ik hemnog of dat slot toevallig hetzelfde was als dat in het boek van Kafka. Dat wist de baas niet. Hij las geen boeken, zei hij..Thuis nog eens nagezocht en daar vond ik een afbeelding van dat slot dat Schreckenstein heette. Het zou natuurlijk best kunnen, dat dat het slot is. Maar er is geen bewijs voor.