maandag 18 mei 2026

Lilith

 

 

Lilith

 

Door de twee scheppingsverslagen in Genesis (1-2) met elkaar te vergelijken en de verschillen te interpreteren, ontstond het idee dat Adam vóór Eva een gelijk geschapen vrouw had, Lilith. Als duidelijk beschreven persoon verschijnt Lilith pas in het Alfabet van Ben Sira uit de 7e of 8e eeuw. Ben Sira beschrijft de legende dat God naast Adam een vrouw uit leem schiep, Lilith. Zij ging in op Adams voorstel om seks te bedrijven, maar ze kregen ruzie omdat ze weigerde onderop te liggen, aangezien ze (te)gelijk waren geschapen.

Middeleeuwse rabbijnen namen Ben Sira's verhaal over. In Genesis 1 zou Lilith zijn geschapen, en in Genesis 2 de meer gehoorzame Eva. Er bestonden alternatieve verhalen, ook in het christendom

Voor Nederland maakte Emants een op haar geïnspireerd gedicht, dat hem niet in dank werd afgenomen, maar Kloos verdedigde het en Verwey noemt het als een der feeën aan de wieg van de beweging van 80; toevallig staat zij ook aan de wieg van de beweging van 50 {Schierbeek, Lucebert], en daarom staan we even stil bij Emants's Lilith. In dat gedicht is Jehovah een wellustige God, die Lilith - één van de oorspronkelijke geesten - bemint. Zij schenkt ten gevolge daarvan Adam het leven, waarna God haar verstoot. Wanneer Adam haar vindt en begeert, tracht ze hem te betrekken in haar zucht om zich op God te wreken, maar Adam koestert geheel andere, voornamelijk erotische gevoelens, om welke reden zij hem verjaagt. God stuurt haar daarop een engel met de boodschap dat haar een blijvende plaats in de hemel zal worden geboden, wanneer zij Adam een levensgezellin zal baren. Lilith is daartoe bereid, mits zij in de hemel opnieuw de rust genieten zal, die zij kende, van voordat in haar de wellust was gewekt, maar God kan daar niet op ingaan. Zinnend op wraak schenkt Lilith dan toch het leven aan Eva, die in alle opzichten een spiegelbeeld is van de moeder - maar met dit verschil dat Eva blond is, en Lilith zwart. Die gelijkenis is haar wapen om zich op God te wreken. Wanneer Adam Eva ontmoet, rijst de twijfel in hem op, maar Eva slaagt erin hem ervan te overtuigen dat hij met haar, niet met Lilith te doen heeft. In haar boosaardigheid probeert Lilith alsnog Eva tegen Adam op te zetten, maar als Eva zich vol kinderliefde aan haar boezem vlijt, wint de moederliefde het toch, en wil Lilith haar plan opgeven. Dat is tegen de zin van haar zusters, die er dan ook door demonenlist in slagen, Adam toch in de val te laten lopen. Ze fluisteren Eva in, dat Adams hart niet uitgaat naar haar, maar naar Lilith. Geholpen door sluwheid en schaduw doet Eva zich aan Adam als Lilith voor, en moet dan aanhoren, dat Adam inderdaad Eva graag voor Lilith in zou ruilen. Tot zover Emants' verhaal (dat nog lang niet uit is hiermee).

 [Bron:Wikipedia, aangepaste versie]


GIFTIGE WOORDEN

Het was Lilith , als slang met schubben, die tot Eva sprak

Haar adderlijf gedraaid om de boom van goed en kwaad

Haar giftige muil hangend over een tak, vol verleidelijke praat

Eet van deze appel, zei zij sissend, de vrucht van het verraad.


Giovanni Tomasi di Campina

 

Er zijn woorden die sissen als slangen.
Vleesetende woorden met een muil vol tanden.

Paul Snoek

 

En een fragment uit Lilith van Marcellus Emants


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zij slaat haar oogen op en ziet hem aan....

Het is een mensch, een wezen hem gelijk,

Als hij ontwaakt tot leven, tot genieten!

[p. 14]

 

Een doodlijk bleek verjaagt den diepen blos,

Die nog zoo even op zijn wangen gloeide,

Zijn hart klopt bang, hij voelt den drang ontwaken,

Zijn lippen op haar rozemond te drukken,

Zijn armen om dien blanken hals te strenglen,

En met haar zwarte haren borst aan borst

Zich aan dat heerlijk lichaam vast te snoeren,

Tot eeuwge liefde en eeuwge zaligheid.

Een onweerstaanbre macht werpt hem ter aarde.

Hij buigt de slanke lelies uit elkander,

Die 't schoone lijf haar blankheid mededeelden,

Zijn hand glijdt over 't melkwit voorhoofd heen,

Zijn mond drinkt reeds den adem van haar lippen,

En 't klinkt weer zacht:

‘Heeft Adam Lilith lief?’

Nu vat hij stout de donkre lokken aan,

Waarin narcis en vuurge rozen gloeien....

Doch plotseling ontsnapt een kreet zijn borst,

Een scherpe doorn drong diep in 't vleesch hem door,

Hij trekt de hand terug.... 't is te laat.

Den bliksemflits gelijk, die blinkt en doodt,

Springt Lilith van haar bloemenbed omhoog.

[p. 15]

 

‘Terug vermeetle’!

 spreekt ze, en wijst hem af

 Met blik en streng gebaar.

 ‘Terug die hand!

vrijdag 8 mei 2026

Lollepot en lollypop (132)

 

Lollepot

Een lollepot is geen voornaam, maar een stenen kookpot met gaten in de deksel die als verwarming gebruikt werd, speciaal voor vrouwen. Door er bovenop te gaan zitten. Rokken erover en lekker stomen maar.

"Met de lollepotten komen we  in aanraking met een derde categorie achttiende-eeuwse vrouwen die mogelijk lesbisch genoemd kunnen worden, omdat zij overduidelijk van alles met elkaar deden." [De andere twee zijn zielsvriendinnen en vrouwen in mannenkleren.] De verslagen van onnatuurlijke ‘vuyle verrichtingen’ die tegen het einde van de achttiende eeuw in de justitiële archieven en in de populaire pers opduiken vormen een intrigerend verschijnsel. Een aantal van hen werd voor de rechter gesleept, terwijl dat daarvoor niet eerder gebeurd was.” [Bron: Myriam Everard. Ziel en zinnen. Over liefde en lust tussen vrouwen in de tweede helft van de achttiende eeuw. Groningen, 1945 Dissertatie]

Waren deze lollepotten de voorlopers van de twintigste-eeuwse lesbiennes of ging het meer om gelegenheidsgedrag van vrouwen bij gebrek aan mannelijke partners? Dan klopt het spreekwoord: Beter een lollepot dan van onder op slot.

 

Lollypop

In Amerikaanse liedjes kom je het woord ‘lollypop’ tegen. The Spice Girls bliezen een oud popliedje ‘My boy lollypop’ nieuw leven in en ‘She licked me like a lollypop,’ zingt de vuilbekkende rapper Lil’Wayne. Ook lollypot komt voor in het Engels maar, dat is meestal een winkel met geinige bloempotten.

dinsdag 5 mei 2026

Autobiografie en fictie (Blog 131)

 

Autobiografie en fictie

Opmerkingen over fictie in autobiografieën en autobiografische elementen in fictie

 

In Niebla, een in 1914 verschenen boek van Miguel de Unamuno, krijgt de verteller [uitdrukkelijk, de schrijver zelf] het aan de stok met de hoofdfiguur, omdat deze fictieve persoon iets wil doen wat de verteller niet wil. Ook de voorwoordschrijver wordt niet gespaard. In het na–voorwoord, stelt de schrijver dat hij kan doen met zijn personen, wat hij wil en dat de voorwoordschrijver noch de verhaalfiguren daar iets over te zeggen hebben. Dat de schrijver zich - tot in het voorwoord - met zijn eigen verhaal bemoeit, omdat de hoofdfiguur eisen begint te stellen, dat is ongebruikelijk.

 

In fictie maakt een auteur gebruik van een verteller om een verhaal te vertellen over een of meer hoofdfiguren en dat met een bepaald doel. Vaak gebruikt de schrijver autobiografische elementen, maar hij zet ze om, verandert er naar believen van alles aan, verzint andere namen, plaatst gebeurtenissen in een andere tijd of kader, anders gezegd hij manipuleert de feiten om ze te onderwerpen aan zijn intentie. Waarheid en verzinsel zijn verstrengeld; ook bij een ik-verteller.

De lezer van fictie weet dit; hij maakt  a.h.w. een afspraak met de schrijver, de lezer weet dat hij verzinsels leest. Voor een autobiografie geldt een ander pakt: de lezer veronderstelt eerlijkheid en openheid; waarheid en duiding en wenst juist niet gemanipuleerd te worden.

In een volmaakte autobiografie zouden verteller, hoofdfiguur [de schrijver zelf] en doel van het verhaal [het leven van de schrijver] moeten samenvallen. Is een perfecte autobiografie schrijfbaar?

Nee!

Alleen praktisch al niet, want dan moet je steeds noteren wat je doet, denkt en beleeft en dat is dus schrijven dat je schrijft en je beleeft dus niks, dus daar kun je dan niet over schrijven. Het leven valt samen met het schrijven. En daarbij: wie zou dat dan willen lezen?

 De problemen van de autobiograaf die niet vertelt maar navertellen moet, zijn tweeërlei:

-zijn herinnering deugt niet

-zijn taal reikt niet .

 

Afgezien van de witte plakken in het brein genoemd naar dokter Alzheimer en zijn vakbroeders is er geen groter vijand van het geheugen dan de tijd. Want wanneer schrijf je een autobiografie? Als de tijd daar is en die dient zich aan op een hogere leeftijd. De schrijver kijkt terug, herinnert door een waas die hangt tussen het toen en het nu van het schrijven.

En de taal schiet tekort. Hoeveel woorden moet je besteden aan een gebeurtenis? Alles in detail maakt het boek onmetelijk dik en onschrijfbaar en dan de woorden zijn benaderingen om het onuitspreekbare te benaderen. Moet ik mijn kinderjaren in een kindertaal schrijven?

 

 

woensdag 29 april 2026

ONDINE

 Ondine

 Ondine of Undine is een tweestraartige waternimf. Dat is een essentieel verschil met de standaardzeemeermin (meer of min uit zee of meer) die we overal afgebeeld zien met een enkele staart. Hoe plant dit onderwaterwezen zich voort? Of beter hoe kan een man het met haar doen? Dat lijkt wat beter te lukken met de tweestaartige  Ondine die haar vulva toont, zoals afgebeeld op Etruskische tombes, vazen  en op bijgaande afbeelding. Maar hier is weer een ander probleem. Wanneer zij zich verenigt met een man en een kind baart, zal zij haar onsterfelijkheid verliezen. Haar verlangen wordt haar dood. Geen wonder dat ze  de muze is van tal van schrijvers en componisten.

In 1958 maakte Hans Werner Henze een ballet op haar naam. Dezelfde Hans is een persoon in een verhaal van Ingeborg Bachmann. Dat verhaal heet Undine geht en deze Ondine komt heus niet terug voor die keurige mannen die diep in hun hart verlangen naar woeste seks met deze nimf, maar geremd worden, want hun burgerhart laat hen niet vrij. 

‘Undine kan alleen verrijzen als de mens haar roept en zij aan zijn verlangen om een extase te beleven gehoor geeft. Undine komt, omdat Hans graag speelt met de gedachte aan fiasco, vlucht en ondergang. Die vlucht kan hem verlossen van het saaie, geregelde bestaan dat hij leidt. Want heimelijk is de mens het nooit met zichzelf eens, niet met zijn huis, zijn werk, zijn leven, niets met alles wat vast ligt. Ook de ban niet over de tijd: Sta stil! Tijd!’

Ook Louis Paul Boon schreef een verhaal over Ondinneke, maar dat meiske heeft weinig met de waternimf te maken.

donderdag 16 april 2026

De zevende functie van taal (de roman)

 Een roman over de zevende taalfunctie

Het veel gelezen en brutaal grappige boek van Laurent Binet: De zevende fuctie van taal begint met de dood van Roland Barthes: de belangrijkste literair criticus van de 20e eeuw. Hij wordt op 5 februari 1980 aangereden door een bestelbusje (een moordpoging) waarna hij nog enige tijd in het ziekenhuis doorbrengt voor hij overlijdt  (echt gebeurd). Hij zou in het bezit zijn van een document waarin de zevende fuctie van taal wordt uitgelegd; maar (spoiler) dit document wordt nooit gevonden, ondanks de naspeuringen van politiecomissaris Bayard en vele anderen. In het boek wordt de hele Parijse literaire en politieke wereld op de korrel genomen, vooral de taalkundige Foucault en president Giscard moeten het ontgelden. Feit en fictie in dit boek vormen een onlosmakelijk weefsel. 

Lees het uitgebreide artikel over De zeven funties van de taal in een eerder blog. Zoek met de term: Taalfuncties.

LEIJSTEEN 10

 

LEIJSTEEN 10

 

Soms doen mensen gif in het eten van hun partner omdat de liefde in haat is verworden.

Meestal zijn het vrouwen die hun man vergiftigen, terwijl mannen eerder doodslaan, ook al staan er wetten in de weg en praktische bezwaren.

Ook doen vrouwen wel eens gif in hun eigen eten omdat ze diep ongelukkig zijn met hun saaie bestaan,

Madame Bovary had een brave maar saaie man in een saai dorp met saaie bewoners

Het grootste evenement in die tijd, de tijd in het dorp waarin Madame Bovary leefde, was de landbouwtentoonstelling.

Voor de rest was er niks te doen.

Het leven leek daar toen wel op wat nu een intelligente lockdown heet.

Emma Bovary kon wel gaan winkelen in de grote stad en stiekem haar minnaar ontmoeten, maar het hielp al maar niet tegen de overvloed aan tijd om niets te doen.

Dus ze nam een kopje arsenicum en verwoestte daarmee haar ingewanden, zodat het zwart uit haar mond liep.

Men vond het boek van Flaubert een schandalig werk.

Dat was heel goed voor de verkoop.

Rond de eeuwwisseling, dus rond 1900, verschenen er wel meer schandelijke boeken.

Zo had je Pijpelijntjes, dat gaat over twee homoseksuele mannen.

De titel verwijst niet naar een seksuele bezigheid maar naar de volkswijk De Pijp in Amsterdam.

De verkoop van het boek verliep nogal vreemd.

Het bleek dat iemand de hele voorraad van alle boekhandels in de stad opkocht.

De koper, de arts Aletrino, had zichzelf in één van die twee mannen herkend.

De schrijver Jacob Israël de Haan werd later vermoord, niet omdat hij dit schandelijke boek had geschreven, maar omdat hij, toen hij als zionist naar Palestina was gegaan, het opnam voor de rechten van de Palestijnen.

De Haan zag dat de zionisten de Palestijnen het liefst zouden verjagen uit het beloofde land.

Dat had God gedaan.

Niet de moord maar het land beloven.

Nu zijn de zionisten met bommen en granaten de Palestijnen definitief aan het verjagen.

Een ander schandelijk boek rond 1900 heette Een liefde.

De schrijver was Lodewijk van Deyssel.

Zijn eigenlijke achternaam was Alberdingk Thijm,

Hij kwam uit een deftige katholieke familie.

Het boek was bepaald niet deftig met al die seksuele hartstocht.

In de jaren zestig van de vorige eeuw verschenen er, tot grote vreugde van de rijpere jeugd, nog veel meer schandelijke boeken.

Het was het decennium van de ophef over zulke boeken van o.a. Gerard van het Reve, Jan Wolkers en Jan Cremer.

Dat was dan het Nederlandse aandeel in de ophef.

Het allerschandelijkste boek dat wereldwijd voor ophef zorgde ging over de perverse liefde van ene Humbert Humbert voor Dolores Haze, alias Lolita.

Lolita was nog geen dertien jaar; toen HH met haar van het ene motel naar het ander trok.

Nabokov noemde deze pre-puberale meisjes nimfijnen.

In 2025 stond in De Volkskrant: Lolita is geen verhaal over een minderjarige verleidster, maar een over de vernietiging van een meisje.

Het verhaal werd in 1955 als pornografisch beschouwd en de schrijver was net als Humbert Humbert, een onbetrouwbare leugenaar en een pedoseksueel.

Niet zelden worden de daden van de hoofdpersoon in de schoenen geschoven van de schrijver.

Met die schoenen aan beschrijf ik een ongepast beeld.

Het beeld stemt niet met de werkelijkheid overeen; het is onjuist.

Ik zou zeggen dat de beelden ontstaan in het hoofd van de lezer en niet in de schoenen van de schrijver.

Het boek werd uiteraard verfilmd.

Het eerst in 1962 door Stanley Kubrick.

Het probleem van de film is dat het vertelperspectief van de leugenachtige Humbert ontbreekt.

Dat vertelperspectief is het pleidooi dat Humbert schrijft in de gevangenis.

Dit pleidooi toont wat Humbert onder de waarheid verstaat en dat is dus nogal subjectief.

Een film toont ons in beelden wat er gebeurt, niet hoe het gebeuren in taal verteld wordt.

In Frankrijk hadden ze met expliciete beelden minder moeite dan de Amerikanen.

De Franse film, beleefde in de tijd de nouvelle vague waarin de liefde, of liever de seksuele bezigheid, zonder veel scrupules werd getoond.

Meestal bedreef men die liefde op een zolderkamertje onder een heet zinken dak.

Dat van die heet zinken daken komt, omdat in het oude Parijs de daken in hun geheel werden bedekt met zinken platen.

In het toneelstuk Kat op een heet zinken dak wordt per ongeluk gedacht dat het dak van tin was.

Dat komt omdat dat stuk in Amerika speelt en niet in Parijs.

Onder het dak van die Parijse kamertjes werd het in de zomer bloedheet en in de winter starnakel koud.

Hongerkunstenaars, balletdanseressen, acteurs, modinettes en etaleurs waren de belangrijkste bewoners van die kamertjes onder zo’n gloeiend of ijskoud dak.

Parijs is de stad van olala, vanwege de verse aanvoer van modinettes en soubrettes.

De bekendste film in dit genre heet Irma la Douce.

Die film werd grotendeels in Los Angeles gemaakt, dus van expliciete beelden was geen sprake.

Irma is een comédienne en Emma niet.

Die film met Shirley Maclaine als Irma is ongeloofwaardiger dan het boek over Emma Bovary van Flaubert.

Toch kreeg de film heel veel Oscars en Flaubert veel misprijzen.

Het leven onder zo’n zinken dak was niet alleen heet of bitterkoud maar ook armoedig.

Het rook er niet alleen muf en benard, maar evengoed naar illegaliteit, zoals het beroep van Irma.

Toch is dit geen echte Franse film want de hoofdrollen worden gespeeld door Amerikanen.

Het gangstermeisje van Remco Campert had ook best onder zo’n zinken dak gekund, maar die waren er in Amsterdam niet.

Helaas is dat boek niet verfilmd, maar wel is er een wonderschone stripversie van.

LEIJSTEEN 12

 

LEIJSTEEN 12

 Er is maar één schrijver in de Nederlandse letteren die naar de Balkan ging en daarover schreef.

Hij noemde zichzelf  Den Doolaard.

Hij werd begraven onder een zwerfkei op de Veluwe: "We hebben tussen wonderen geleefd maar we hebben het niet begrepen" staat er op de steen.

Hij wordt ook niet meer gelezen.

Wat er in de Balkan gebeurde, interesseert hier niemand, behalve misschien de Nederlandse soldaten die moesten toezien dat ze niets mochten doen

De commandant van de Nederlandse soldaten die de Bosniërs in Srebrenica moesten beschermen, kreeg een schemerlamp cadeau van de Servische generaal Mladic, omdat hij, behulpzaam was geweest bij het scheiden van vrouwen en kinderen van hun mannen en vaders.

Die mannen, plm. 7000, werden daarna geëxecuteerd.

In Ohrid, de parel van de Balkan, staat een monument ter ere van Den Doolaard.

In het toeristenseizoen is er een tentoonstelling te zien.

Den Doolaards roman De bruiloft der zeven zigeuners speelt zich af in Ohrid.

Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten.

De eerste toeristen waren pelgrims.

Daarom moest je een plek hebben waar een wonder was gebeurd.

Desnoods verzon je dat wonder zelf.

Daar werd dan een kerk neergezet, waar de pelgrims de heilige konden aanbidden.

De belangrijkste kerk in Ohrid is gewijd aan Sint Naum,

Sint Naum speelde een cruciale rol in het verspreiden van het christendom en het onderwijs van de literatuur in het Slavische gebied. 

Hoewel de gebroeders Cyrillus en Methodius het glagolitische schrift ontwikkelden, heeft hun werk, mede dankzijpersonen als Sint Naum, geleid tot de ontwikkeling van het latere cyrillische schrift.

Dat staat op Wikipedia.

Sint Naum is begraven in de kerk en volgens de lokale bevolking kun je de hartslag van de heilige nog horen als je een oor op zijn graf legt.

Dat is zeker een wonder, als het waaar is, maar volgens mij hoor je dan je eigen hartslag.

Je zou kunnen zeggen dat de bewondering voor een Nederlandse schrijver in Macedonië groter is dan in eigen land.

De bewondering voor het werk van Antoon Coolen kwam vooral voor in Brabant.

Hij was niet steeds op den dool zoals Den Doolaard, maar wel een tijdgenoot.

Coolen is bekend geworden met Dorp aan de rivier.

Hij was bevriend met de huisarts in Deurne, Hendrik Wiegersma, die weer een zoon was van Jacob Wiegersma, huisarts in Lith.

In dat boek heet Jacob Tjerk van Taeke en de rivier heet Maas.

Die Henrik had maar liefst vijf zonen en de bekendste heet Friso die Het tuinpad van zijn vader schreef, dat gezongen werd door de vriend van Friso, Wim Sonneveld genaamd.

Overigens was dit lied, een nostalgische tekst, oorspronkelijk van Jean Ferrat.

Dat lied heet bij Ferrat De berg en is niet alleen nostalgisch maar ook cynisch..

Hendrik komt ook voor in een boek van Toon Kortooms: Help de dokter verzuipt.

Dat lollige boek werd veel beter verkocht dan de doktersboeken van Coolen.

Coolen had vier zonen.

Die eerste drie had hij genoemd naar de Vlaamse schrijvers: Stijn Streuvels, Guido Gezelle en Felix Timmermans. De vierde zoon met een dubbele voornaam werd genoemd naar het echtpaar Wiegersma, Petrus (naar Petronella) en  Hendrik naar Hendrik.

Dat heeft natuurlijk niets met zijn boeken te maken, maar met andere schrijvers en kunstenaars.

In 1936 verscheen De drie gebroeders.

Dat ging alweer over de zonen van Friso ofwel in het echt Jacob Wiegersma.

Die zonen, dus die gebroeders, heetten Henrik, Jaap en Gerrit.

Maar in het boek heten ze Tjerk, Evert en Wobbe.

Nu bent u vast de draad kwijt.

Critici van Coolen vonden dat hij van die uitwaaierende zinnen schreef met veel herhalingen, zodat de lezer ook in die breidraden verstrikt of verveeld raakt.

Alles wat werkelijk gezegd kan worden, kan helder gezegd worden en dat hoeft dan niet tien keer opnieuw gezegd te worden.

Daarom ging Coolen kortere zinnen schrijven.

Ook liet hij de personages wat minder in het Deurnese dialect praten.

Stijn Streuvels schreef ook over een dorp aan de rivier, maar dat was eigenlijk meer een gehucht: De Teleurgang van de Waterhoek.

Daar kwam een brug en werd de oude veerboot overbodig.

De notaris kwam het aan de simpele zielen van de Waterhoek uitleggen.

Hij werd uitgelachen en uitgejouwoud.

Ze saboteerden de bouw van de brug en staken de dam waardoor de bouwput vol water liep.

De bouwers werden bedreigd en een paar werden zelfs vermoord.

De rijkswachters maakten jacht op de daders.

Dat doet me denken aan de protesten tegen een asielzoekerscentrum in deze tijd of de bezetting van een bos waardoor een weg staat gepland.

Verzet tegen verandering en de veronderstelde noden van de moderne tijd is streekoverstijgend.

Enkele boeken van Coolen, hoewel geworteld in het Brabantse dorpsleven, zijn dat ook.

Over het algemeen werd zijn werk positief ontvangen, maar de pejoratieve term streekroman werd toch op zijn oeuvre geplakt.

Streuvels hield er dan weer een eigenaardig taalgebruik op na met veel impressionistische bijvoeglijke naamwoorden.

Hij gebruikte ook West-Vlaamse woorden die zelfs de West Vlamingen niet kenden.

Dat had hij van zijn oom Guido Gezelle die een lange lijst aanlegde van particularismen.

Dat maakt Streuvels zinnen nogal gekunsteld.

De Teleurgang  en Dorp aan de rivier werden destijds goed verkocht en verfilmd, allebei door Fons Rademakers.

In de Teleurgang was Willeke van Ammelrooy als Mira, de slonze, de trekpleister.

Trekpleister is een raar woord.

Maar die trekpleister trok wel de flmgenieters aan.

Maar niemand leest Streuvels, Coolen, Den Doolaard of Timmermans nog.