woensdag 27 mei 2026

Savonarola

 

Savonarola

 

Als er feest gevierd wordt, zijn er altijd roetstrooiers in de buurt. Want feesten is niet alleen slecht voor de nachtrust, maar vooral voor de ziel. En als de feesten een volkstraditie worden, dan zal er hel en verdoemenis over worden gepreekt. Het carnaval is al zolang het wordt gevierd een geliefd mikpunt. In 1492 was heel Florence in de greep van de donderpreken van de prior van het San Marco klooster, de dominicaan Girolamo Savonarola. De Florentijnen zouden door God gestraft worden “ vanwege uw zonden, uw wreedheid, uw inhaligheid, uw wellust en uw eerzucht…” Twee jaar later trok Karel VIII, de koning van Frankrijk, Florence binnen en verjoeg er de heersende familie Medici. Savonarola zette nog een tandje bij en voorspelde een zondvloed: “ Ik zal wateren over de aarde doen stromen,” en prompt overstroomde de Tiber. Die ramp trof weliswaar niet Florence, hoewel daar de bliksem insloeg in de duomo, maar de schrik zat er goed in. Michelangelo, was zeer onder de indruk van deze monnik, die dacht dat hij profeet was en zichzelf vergeleek met Noach. Het thema van de zondvloed, een van de bekendste verhalen uit de bijbel, zou Michelangelo later uitwerken in het grote fresco in het plafond van de Sixtijnse kapel.

            Waren het de Medici die hem aanboden kardinaal te worden, mits hij zijn toon matigde? Savonarola wees dit af met de woorden: “Ik hoef geen hoeden of grote of kleine mijters; het enige wat ik wil, is wat jullie je heiligen hebben gegeven: de dood. Een rode hoed, een hoed van bloed, dat is wat ik begeer.” [1] En hij droomde van een vreugdevuur der ijdelheden. Overbodige en luze voorwerpen en bedrijvers van sodomie (homo’s) moesten worden verbrand. Gelukkig lieten ze die laatsten met rust, maar schaakborden, speelkaarten, haarnetjes en parfumflesjes, als ook muziekinstrumenten, wandtapijten, schilderijen en de boeken van Dante, Petrarca en Boccaccio moesten branden en wel met carnaval op vette dinsdag; de dag voor de vasten begon.

Het was dinsdag 7 februari 1497. “In de ochtenduren had een talrijke menigte de plechtige mis bijgewoond welke opgedragen was door Savonarola. In de namiddag trok het volk in een lange processie door de straten van de stad. Op de Piazza [della Signoria] had een grote menigte kunstvoorwerpen bijeengebracht en hoog opgestapeld (…) Gedurende het karnaval hadden de dwepende volgelingen van Savonarola uit huizen en openbare gebouwen alles weggesleept wat zij machtig konden worden aan weelde en kunstvoorwerpen.” De stapel groeide tot meer dan twintig meter en er boven op werd een reusachtig beeld van het karnaval gezet. Onder het zingen van godsdienstige liederen wordt de stapel in brand gestoken; alle klokken luiden; de menigte wordt waanzinnig van geestdrift. Zo eindigde het carnaval in Florence in 1497.

In 1498 wordt dit tafereel herhaald,. Maar er verandert iets. Er komt verzet uit de schrijversgroep van Francesco Colonna van de Hypnerotomachia Poliphili  – in 1499 werd dit vreemd gestileerde en kostbare boek gepubliceerd. De zoektocht naar dit boek en zijn betekenis wordt verhaald in de Amerikaanse bestseller The Rule of Four [2]

Met die boetepater liep het slecht af. In hetzelfde jaar al werd hij door paus Alexander VI in de ban gedaan. Op 9 april 1498 werd hij gevangen gezet, beschuldigd van ketterij en opruiende prediking. Op 23 mei wordt Savonarola op dezelfde plek op de Piazza opgehangen. Daarna werd zijn lijk verbrand en de as in de Arno gesmeten. Want wie roet strooit, zal zelf verstrooid worden.

           

 



[1] T. Parks, Het Medicigeld, Amsterdam, 2007. De Arbeidererspers. p. 243

[2] I. Calwell, D. Thomason, The Rule of Four, 2004

 

Luther [10-11-1483 tot 18-2-1546]

De stinkende madenzak

 

Na zijn opleiding in het Augustijner klooster in Erfurt, werd deze boerenzoon professor aan de Universiteit van Wittenberg.

In de zgn. torenbelevenis kwam Luther tot zijn geloof door een tekst van Paulus: De rechtvaardige ziel zal uit het geloof leven.’Alleen het geloof, de genade en de schrift gelden.

Luther preekte tegen de aflatenhandel [tijdens paus Leo X]. In 1517 schreef hij 95 stellingen  tegen de R.K. Kerk. Vrienden van hem vertaalden deze uit het Latijn en verspreidden ze onder de gretige lezers. Ze waren dus niet op de kerkdeur gespijkerd.

Luther verbond zich met de lokale vorsten die de macht van de bisschoppen innamen; m.n. de keurvorst van Saksen. Na de Rijksdag in Worms, waar hij weigerde zijn stellingen in te trekken, vertrok Luther naar de Wartburg in Eisenach. In 1521 zette hij zich daar aan de vertaling van het NT.in het Duits.

 Thomas Münzer, evangelisch theoloog was aanvankelijk aanhanger van Luther; maar stond later tegenover hem. Münzer riep op tot daadwerkelijk verzet tegen de feodale uitbuiting [terwijl L. steun zocht bij die uitbuiters]. Münzer stond aan het hoofd van de Boerenoorlog in 1524, de opstand van boeren en lagere edelen in het Zwarte Woud. Zij beriepen zich op de Bijbel en Luthers leus over de vrijheid van de christenen. Ze werden in de pan gehakt. In 1525 werd Münzer onthoofd.

De boeren dachten Luther aan hun zijde te hebben, maar hij was inmiddels aanhanger van de twee rijken theorie: Gods Rijk in de hemel en Zijn vertegenwoordiging in de Staat op aarde. Luther reageerde onverholen maniakaal op de boeren: ze moesten dood, die dolle honden. Door dit ‘verraad’ van Luther zou het Lutheranisme de godsdienst worden van de middenklasse en overheidsfunctionarissen. Münzer is de boerenrebel die naar het schavot gaat, onder het zingen van: Een hechte burcht is onze God; Een toevlucht van de Zijnen.

            [Dieter Forte heeft daarover een toneelstuk geschreven: Maarten Luther – Thomas Münzer, of de uitvinding van de dubbele boekhouding]

In 1534 werkte Luther aan het OT. Hij ontkent de vrije wil. Dit is een beest dat of door God of door de Satan wordt bereden. Je kunt er niet veel aan doen, dan je ten diepste onderwerpen aan Gods wil. De mens is een goddeloos zondig wezen; een madenzak; hij is absolute gehoorzaamheid verschuldigd aan God en aan de overheid die immers de uitvoerder is van Gods wil over de onderdanen.

Luther had op de Rijksdag in Worms de paus de anti-christ genoemd. Erasmus, die daar in Worms, ook had kunnen zijn, bleef veilig weg. Hij was een typische derde weg figuur met zijn vaag soort humanisme en hoog zweefgehalte. de oprichter van D66, zegt Van Amerongen in zijn essay: Gedistantieerde vijanden. De echte baas in de politiek is Machiavelli.

 Luther schold op de paus en zijn bende; op de boeren en op de Joden.

Vooral het hoofdstuk over het gezag – het staatsgezag – is van God gegeven. Wat de staat doet, is wel gedaan, ook al is zij oorlogszuchtig en wreed. Zo verging het de Duitsers tot in de Tweede Wereldoorlog. Bij zijn proces voerde Eichmann aan dat hij vanaf zijn kindertijd absolute gehoorzaamheid was geleerd.

 

 

Jezus Christus superster

 

Jezus

Jozua van Nazareth heette ook wel Christus wat gezalfde betekent. Hij leefde in Palestina en zou afkomstig zijn uit het huis van David. Dit ligt een beetje moeilijk, omdat volgens de katholieke leer zijn moeder, een Jodin, nog maagd was, en Jezus de zoon van God. Dat huis was in elk geval niet dat van David, zelfs niet van Adam.

In het evangelie van Mattheus wordt ons verteld dat Maria van Nazareth zwanger werd bevonden uit de Heilige Geest, traditioneel afgebeeld als een duif, ‘want het gene in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest’. En de evangelist Lucas laat de Heilige Geest ‘over u [Maria] komen en de kracht der Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom zal ook het heilige dat verwekt wordt, zoon Gods genoemd worden.’

Jezus liep al op jeugdige leeftijd van huis weg. Op zijn 12e was hij drie dagen spoorloos. Hij zat in de tempel in Jerusalem waar hij joodse priesters tartte. Hij noemde zich 'zoon van God' en leidde vanaf zijn dertigste een zwervend bestaan, waarbij hij zich omringde met twaalf jonge vissers. Hij irriteerde gezagsdragers met vage voorspellingen en dreigementen. Hij werd door de Romeinen op zijn drieëndertigste als revolutionair aan twee haaks geplaatste stukken hout gespijkerd. Boven zijn hoofd hing een bordje met de tekst: INRI [Iesus Nazarenus Rex Iudeorum] Zijn executie leverde tenminste vier canonieke, door de Kerk erkende levensverhalen op, bekend als de evangeliën. De evangelies van Filippus en Maria Magdalena mochten niet meedoen. Zelfs de internationale jaartelling werd, overigens met een foutmarge van 4-7 jaar, aan zijn leven aangepast. Teruggerekend leefde Jezus Christus van 4 jaar voor zichzelf tot zo’n 30 jaar daarna.

Dan Brown, de schrijver van De Da Vinci Code, vertelt (na) dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena en bij haar kinderen had. Maria Magdalena zou ten tijde van de kruisiging zwanger zijn. Haar dochter Sara werd in Gallië geboren. Magdalena’s lichaam wordt gelijk gesteld met de  Heilige graal (Sang-real = heilig bloed) en vier kisten met documenten, dagboeken, stamboombeschrijvingen etc. zouden door de Tempeliers onder de tempel van Salomo zijn gevonden en naar Bretagne (Groot of Klein) gebracht of toch naar Parijs? Dit boek van Brown, een ongeloofwaardige, ingewikkelde en stilistisch zwakke kunsttoeristische queeste, werd dé bestseller van 2004.

Er bestaat ook een Evangelie volgens Jezus zelf, maar helaas is dat verzonnen door José Saramago. Ook in dit boek doet Jezus het met Maria Magdalena.

Jezus Christus werd het meest geschilderde icoon en na de uitvinding van de massamedia in de musical- en filmwereld een echte superster en tegelijk de meest gecensureerde filmheld. In de jaren tachtig werd de vertoning van Je vous salue Marie van Jean-Luc Goddard waarin de verwekking van Jezus was te zien, al getroffen door bioscoopbranden. In 1984 verbood men in Tirol de vertoning van de film Das Liebeskonzil van Werner Schroeter (naar een toneelstuk uit 1895) omdat Jezus werd voorgesteld als achterlijk, God als duivelsaanbidder en Maria als krols. Visions of ecstacy Van Nigel Wingrove werd getroffen door videocensuur. In deze film kust en geneest de uitzinnige Theresa van Avilla de wonden van Jezus. In de film van Martin Scorcese The last temptation of Christ had Jezus seks met Maria Magdalena, wat een hoop deining en censuurverzoeken veroorzaakte. Voor zover bekend is Scorcese nog niet neergestoken door een christenfundamentalist. De laatste film over Jezus The passion of the Christ van Mel Gibson legde vooral de nadruk op het lijden en de doodsangst van Jezus, wat in een aantal landen met martelregimes tot een vertoningsverbod leidde.

In 1977 liet de Engelsman Ernest Digweed een bedrag van dertigduizend pond na aan Jezus voor het moment dat Jezus weer terugkeert op aarde, zodat die dan over flink wat cash kan beschikken. Er zouden al twintig nep Jezussen de nalatenschap geclaimd hebben, maar ze werden niet geloofd.

Dan zouden we nog een Jezusfilm krijgen van de regisseur Paul Verhoeven, want die heeft dank zij Harry Mulisch immers de hemel ontdekt. Maar het werd een boek. Nu is Jezus een zoon van een Romeinse soldaat die Maria heeft verkracht. Jezus de wrekende terrorist; geen brave zalver, maar een man die de geldwisselaars met een zweep de tempel uitslaat en die boeiende verhalen vertelt, onder andere over een zwaar gewonde jood die niet door zijn landgenoten, maar door een Samaritaan [lees Palestijn] wordt geholpen.

Cartoons met spottende beelden van de profeet leidden bij Christenen niet gauw tot rellen, maar in Avignon werden op 17 april 2011 twee kunstwerken zwaar beschadigd, waarvan het bekendste Immersion Piss Christ is. Dit kunstwerk van Andres Serrano, bekend om zijn plasseksfoto’s, bestaat uit een plastic kruisbeeld dat ondergedompeld is in een bassin vol urine. Urine, zegt de kunstenaar van de kunstenaar zelf. Zaterdag de 16e hadden achthonderd conservatieve katholieken tegen de expositie in museum Yvon Lambert gedemonstreerd, waarop het museum dichtging. Zondag de 17e kwamen twee mannen het museum binnen die op het kunstwerk inhakten. Ook het werk Zuster Jeanne Myriam werd vernield. De daders zijn gevlucht. Na de moslims, pikken ook de katholieken het niet langer.

 

In Nederland werd De passie bedachtvvoor de televisie. Daar trekt een stoet over straat met een verlicht kruis. Regelmatig barstten de acteurs uit in gezang en gezongen dialogen. Het programma is zeer populair waarmee aangetoond is dat wansmakelijk sentiment het op de tv goed doet.

 

Semtot: De vloekzang

 

Sentot

 

En als de zon in ’t oosten opdaagt

Knielt elk Javaan voor Mahomed

Wijl hij het zachtste volk der aarde

Van Christenhonden heeft gered.

 Uit: De laatste dag der Hollanders op Java, door Sentot = Alibassa Prawiro Dirdjo,

Onder dit pseudoniem publiceerde Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga de Vloekzang.

Roorda van Eysinga werd geboren in Batavia [Jakarta] in 1825 en overleed in 1887 in Zwitserland. Van 1840 tot 1844 zat hij op de KMA in Breda. Hij werd eerst officier, later beheerder van een tabaksplantage en journalist. Getroffen door grote armoede (hij werd verbannen en week uit naar Brussel) dichtte hij in 1860 De laatste dag der Hollanders op Java. Die dag kwam pas na 89 jaar!

In 1860! Hetzelfde jaar waarin Multatuli, ook in Brussel, de Max Havelaar schreef.

Later schreef hij mee aan een pamflet over de wandaden van koning Willem III: Uit het leven van Koning Gorilla. Een anonieme brochure, gemaakt door de redactie van het blad Recht voor allen

 

De Vloekzang van Sentot 
of De laatste dag der Hollanders op Java

Zult gij ons nog langer vertrappen, 
Uw hart vereelten door het geld, 
En, doof voor de eisch van recht en rede, 
De zachtheid tergen tot geweld?

Dan zij de buffel ons ten voorbeeld, 
Die sarrens moê de hoornen wet, 
Den wreden drijver in de lucht werpt 
En met zijn lompen poot verplet.

Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden, 
Dan roll' de wraak langs berg en dal, 
Dan stijg' de rook uit uw paleizen, 
Dan trill' de lucht van 't moordgeschal.

Dan zullen wij onze oren streelen 
Aan uwer vrouwen klaaggeschrei, 
En staan, als juichende getuigen, 
Om 't doodsbed van uw dwingelandij

Dan zullen wij uw kinderen slachten 
En de onzen drenken met hun bloed, 
Opdat der eeuwen schuld met rente, 
Met woekerwinst word' vergoed.

En als de zon in 't Westen neerdaalt,
Beneveld door den damp van 't bloed, 
Ontvangt zij in het doodsgerochel 
De laatste Hollandsche afscheidsgroet.

En als de nachtelijke sluier
De rookende aarde heeft overdekt, 
De jakhals de nog lauwe lijken
dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt ...

Dan voeren wij uw dochters henen,
En elke maagd wordt ons een boel,
Dan rusten wij aan haar blanke boezems
Van moordgetier en krijgsgewoel.

En als haar schand zal zijn voltrokken,
Als wij ons hebben moegekust,
Als elk tot walgens toe verzadigd,
Het hart van wraak, het lijf van lust ...

Dan tijgen wij aan 't banketteeren, 
En de eerste toast is: `'t Batig Slot!' 
De tweede toast: `aan Jezus Christus!' 
De laatste dronk: `aan Neêrlands God!'

En als de zon in 't Oosten opdaagt, 
Knielt elk Javaan voor Mohamed, 
Wijl hij het zachtste volk der aarde 
Van Christenhonden heeft gered.


Yahoo

 

Yahoo

 

Jahoe roepen luidruchtige mensen om de aandacht te trekken. Yahoo is de naam van de diersoort die door de Houyhnhnms[1] gehouden wordt. De Houyhnhnms, beschaafde paarden, spreken altijd weloverwogen en zacht. Zij voremen een schril contrast met de stinkende, tierende en schreeuwende Yahoos. De Engelsen beschouwden de Ieren als Yahoos, als nauwelijks ontwikkelde apen. Lees even mee in Punch  anno 1862. “De ontbrekende schakel: een schepsel dat klaarblijkelijk tussen de gorilla en de neger moet worden gesitueerd, kan door stoutmoedige ontdekkingsreizigers in sommige van de minste buurten van Londen en Liverpool worden aangetroffen. Het is afkomstig uit Ierland, vanwaar het kans heeft gezien te migreren. Het moet strikt genomen worden gerekend tot een stam van Ierse wilden, de laagste soort van de Ierse Yahoo. Men bedient zich onderling van een soort brabbeltaaltje.”[2]

Een Ierse gids in een bus vol Ordina-werknemers op weg naar een feesttent onder Dublin [anno oktober 2006] zei dat Engelse militairen, vermoedelijk ook in 1862 in elk geval voor 1916, naar huis schreven dat de Ieren na de bevalling van hun vrouw eerst drie maanden nodig hadden om te zien of het schepsel een varken of een kind was. Was het een kind, dan viel dat tegen, want kinderen willen eten; een varken kon tenminste nog gegeten worden. 

Is het gebruik van de naam Yahoo wellicht Godslastering? De ware naam van God luidt JHW, wat betekent “Hij doet zijn.” Het woord jahwe is een imperfectum in de 3e persoon. De stamvorm is jahw, wat je uitspreekt als jahoe of yahoo. Dit is de vorm die in de tweede helft van tal van eigennamen voorkomt: Eli-jahoe, Adoni-jahoe, Jesja-jahoe, wat verbrobbelt tot Elia, Adonia, Jesaja. Toen Mozes vroeg aan God hoe Hij heette, antwoordde God: “Jahoe,” ofwel: “Ik zal er zijn.” En nu heet een internetzoekbedrijf zo.[3]

 

“Gij zult de naam van Jahwe, uw God niet ijdellijk gebruiken, want Jahwe zal niet onschuldig houden, wie zijn naam ijdellijk gebruikt.” Dat is het derde gebod. Met dat internetbedrijf moet het wel slecht aflopen. Maar God HEER noemen zoals in de bijbelvertalingen is sexistisch, autoritair, ideologisch belast en ongerijmd; als vervanging van de eigennaam is dat ook nog onbeschoft.[4]

 Er zijn meer com-techbedrijven met merkwaardige namen. Zo heb je Lycos = wolf. Oracle: “Beleg uw geld in het orakel.” Google = ontzaglijk aantal nullen, lijkt op goochelen. Het bedrijf Ordina had dochterbedrijven genaamd Integer en Character. Het zijn alledrie wiskundige begrippen, maar ze betekenen ook gewoon, oprecht en karakter. Maar jezelf naar de HERE God noemen, dat doet alleen Yahoo: Yet Another Hierarchical Officious Oracle.



[1] J. Swift. Gulliver’s travels. Het verhaal over zijn reis naar  het land van de Houyhnhnms is minder bekend of geliefd dan de vorge drie, omdat hierin de Engelsen bespot werden.

[2] Geciteerd uit: J. O’Connor, Stella Maris. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2003.

[3] S. Montag. Wilde natuur. Overpeinzingen 1251. NRC-Handelsblad, 12 juni 2004.

[4] Volgens J. Fokkelman. Hoe God van zijn naam werd beroofd. NRC-Handelsblad, 23 oktober 2004.

vrijdag 22 mei 2026

Carnaval in het heelal

 

Carnaval in het heelal

 

In het Fènpruuvers-krantje nr. 447{Tilburg] stond een stukje over carnaval in andere landen. Altijd een geschikt onderwerp voor een carnavalsblad. Jammer dat het bij een opsomming blijft; de details maken stukjes altijd interessanter. Bijvoorbeeld. De carnavalsoptocht in Bridgewater. Deze optocht wordt elk jaar begin november gehouden. Er rijden dan plm. honderd verlichte wagens mee, carts geheten. Die datum houdt verband – zoals in het krantje vermeld – met het mislukte plan om op 5 november 1605 het Hogerhuis tijdens een zitting met alle leden en de koning, op te blazen met buskruit. [Wikepedia schrijft: buskruid. Dit groeit langzaam in een buske.] Koning James 1e heeft toen bevolen dat men overal in Engeland elk jaar in november vreugdevuren moest ontsteken. Ook worden poppen van stro die de hoofddader moeten voorstellen, verbrand. Deze boef die in de krochten van het Hogerhuis betrapt werd met zijn vuurwerkspullen en die werd opgehangen en in vier stukken verdeeld, heette Guy Fawkes. Precies zijn smoelwerk kwam je tegen op de maskers van de hackers van Anonymus en de Occupy-bewegers. Het Bridgewater Guy Fawkes Carnival heeft een politieke oorsprong en heeft dus met ons carnaval voor de vastentijd niets te maken.

Er zijn trouwens nog veel meer landen waar carnaval wordt gevierd, zoals het Rijnland [Kulle=Köln], het Walenland [beroemd zijn de Gilles van Binche], het Theebuikenland [altijd nuchter] Venetië en in Disneyland [elke dag carnaval] Volgens de beroemde Ertveldse zanger Eddy Wally is het ook carnaval in het heelal en het heelal is, zoals je weet, overal.

Genoeg om honderd krantjes over vol te schrijven.

 

Het lekkerste carnaval in het heelal is natuurlijk in Rio. Twee factoren die bij ons ontbreken treffen we daar in overvloed. Zonneschijn en mooie bijna blote vrouwen. Maar aan de muziek kunnen we wel wat doen, i.p.v. die stampmuziek:. Braziliaans repertoire met de samba etc. Nu ligt Rio niet naast de deur, maar we hebben de film. Het carnaval in Zuid Amerika komt o.a. voor in -je zou het niet verwachten- een James Bond film.

De twee mooiste carnavalsfilms zijn m.i.:.

-          Orfeo Negro – Buenos Aires [met het mooie lied: Mahna de Carnaval]

 

·          

 

 

 

 

 

 

-          En Karnaval: in Duinkerken van Thomas Vincent 1999.

woensdag 20 mei 2026

Boekendieven (blog 134)

 Boekendieven

Boekendieven zijn er in vijf soorten stelt de American Antiquarian Booksellers Association in een lijst voor boekhandelaren onder het motto “Ken uw vijand”.

Dit zijn ze:      1.         De kleptomaan die steelt omdat hij moet, uit innerlijke dwang.

2.         De profiteur, die zijn buit doorverkoopt, gaat het om het geld.

3.         De boze dief komt omdat hij boos is [hij is bijv. afgezet of jaloers].

4.         De gelegenheidsdief; er valt makkelijk wat mee te nemen.

5.         De boekenliefhebber die steelt omdat hij een boek dwingend moet hebben voor zijn collectie en niet kan of wil betalen; de bibliomaan dus.

En dan is er nog de boekhandelaar die zichzelf besteelt, omdat hij zo veel van

sommige boeken houdt dat hij ze niet kan noch wil verkopen.

 

Hoe een boekenverzamelaar begint met zijn hobby, meestal nog onschuldig en hoe die tot een passie of een obsessie uitgroeit, verhaalt Allison Hoover Bartlett in zijn boek: The man who loved Books too much. The true story of a thief, a detective and a world of literary obsession.[Ed. Riverhead Books]

Het gaat de boekenverzamelaar om meer dan de inhoud van het boek; een waardevol boek appelleert aan alle zintuigen als een fysieke bijna seksuele ervaring door de geur, de aanblik, het aanraken, het bezitten. Veel boeken zijn onbereikbaar omdat ze zeldzaam en [dus] duur zijn. Welke arme lezer kan de eerste druk van Lolita, waarin een opdracht van Nabokov aan Graham Greene, betalen, als dat bij een veiling bij Christie’s voor 264.000 dollar wordt verkocht?

De liefhebber die teveel van boeken hield, is ene John Charles Gilkey. Hij begint met het rommelen met creditcardgegevens van rijke klanten van het warenhuis waar hij werkt; hij bestelt telefonisch boeken met de ontfutselde creditcardgegevens en laat ze zgn. door een ander afhalen. Ook verwijdert hij waardevolle prenten uit boeken; steelt eerste drukken bij tentoonstellingen in de bibliotheek, etc. Het boek verhaalt ook over andere beroemde boekendieven, maar niet over de volgende.

Een zeer typerend en even uitzonderlijk geval van bibliomanie kwam aan het licht in maart 2012. Toen berichtte Die Welt de arrestatie van een hoge ambtenaar uit Darmstadt in de hofbibliotheek van vorst Wittekind zu Waldeck und Pyrmont. Men had ontdek dat een zeldzame uitgave van Johann Friedrich Blumenbach: Handbuch der Naturgeschichte [1779] verdwenen was. Er werden camera’s geïnstalleerd en politie-inspecteurs verscholen zich in de bibliotheek. Ze zagen hoe de ambtenaar boeken in zijn tas, in zijn koffer, een jutezak en onder zijn trui liet glijden. Bij zijn arrestatie buiten bleek hij 53 boeken te hebben gestolen. In zijn huis waren er nog vierentwintigduizend ter waarde van meer dan een miljoen euro; afkomstig uit zestig bibliotheken in Duitsland, Nederland en andere landen. Het ging hem vooral boeken om zeldzame historische wetenschappelijke werken over o.a. geologie, mineralogie en fysica. Het hele huis stond er mee vol. Verkopen deed hij ze niet, tijd om ze te lezen had hij niet. Wel had hij in elk boek zijn naam gezet. ‘Hij was een hoffelijke man die anders dan de meeste bezoekers, vrij in de bibliotheek mocht rondlopen, zei de vorst. Dat men deze man niet heeft betrapt, mag een wonder heten. Blijkbaar worden de ordinaire thrillers van de openbare bibliotheek beter beveiligd dan vele zeldzame historische werken.    .