Goethe en de kleuren
[Leyeloren 12]

In
Door gevaarlijke
gekken omringd schrijft Willem Frederik Hermans over Goethes buste in het
Quai d’Orsay museum in Parijs: “ dat de grote dichter eerder als een seniele
schizofreen, dan als een Olympiër is uitgebeeld." [p.134, zie afb.]
Verder vertelt Hermans wat anekdotes over
schrijfmachines [Goethe had een Eckermann]. Op p. 510 staat een stukje over het
belachelijk maken van theorieën, zoals de kleurenleer van Goethe. Over
Goethes kleurenleer [Farbenlehre, Tübingen, 1810] zegt Hermans, die "kun je niet zonder maagkrampen
volgen." Je kunt blauw [zwak] verbinden met rood [sterk] en je krijgt
paars. Met bruin blijft alles bruin. Bruin heeft geen zin om vriendjes te worden
met blauw. Dat typeert de theorie. Willem Frederik Hermans legt uit dat je wijsbegeerte
belachelijk kunt maken, maar dat natuurkundige theorieën gebaseerd op empirisch
onderzoek, niet belachelijk gemaakt kunnen worden. Goethe experimenteerde met
prisma’s en zag de breking van het licht in regenboogkleuren, maar ultraviolet
en infrarood kon hij niet zien. En wat je niet ziet, bestaat niet, denkt
Goethe. Om het van dichtbij te kunnen zien, kocht hij een telescoop.
Het wetenschappelijk werk van Goethe, zegt Hermans, stelt niks voor, is
zelfs lachwekkend. Boudewijn Büch, van Goethe idolaat, gaat hiermee akkoord als
het over de kleurenleer gaat. Aan deze en andere
fysische theorieën heeft Goethe veertig [!] jaar gewerkt,. Dat leverde tien
dikke delen, volstrekte onzin op. Het zijn hersenspinsels als in Die Wahlverwandtschaften. Als zwavelzuur calciumoxide ontmoet dan is de zwavel zo geil van de kalk; dat de zwavel zijn waterstof afstoot en het calcium haar zuurstof; zodat zwavel en kalk zich met elkaar kunnen verenigen om gips te worden. De rest verdampt. Zo werkt het ook in de verliefdheid. Je hebt bijvoorbeeld wel of geen
zielsverwantschap met de een [of die verwantschap is uitgeblust] maar wel met een ander. Dan wordt er gescheiden en verbonden. Zo verklaar je dat. Met metaforische analogieën. Schrijvers als
Mulisch zijn er dol op, maar met wetenschap heeft het niets van doen. Bij
Willem Frederik Hermans lees je niets over Goethe dan in negatieve zin. Hermans contra Mulisch; de geofysicus en de alchimist. Wittgenstein contra Tanchelijn.
Meer succes had Goethes Farbenlehre bij de antroposofen. Die
zijn helemaal gek van de kleurentheorie. Het gaat hier om koppelingen aan
metaforische ideeën over kleuren (rood = hartstocht; blauw = koel). Bij de
antroposofen zijn dat geen subjectieve beelden van mensen over licht, maar
denkbeelden en gevoelens van het licht zelf. Licht dat door een klein gaatje in
de camera obscura valt, moet wel lijden! Licht dat pijn lijdt! Blauw licht dat intens en purper wordt, zoals een bleek meisje bloost en rose wordt. Zulke ideeën
vind je bij Goethe en bij Steiner.
Die Steiner had beter eens kunnen nadenken dat je met
"licht" in atomaire vorm, ik bedoel de toepassing van radioactieve straling
in de oncologie, mensen kunt genezen. Daar zijn de antroposofen helemaal tegen
- want atomair is slecht. Je moet een zieke met kleurentherapie benaderen. Je
houdt hem een rood lapje voor als hij slap is of een blauw lapje als hij
koortsig is. Als de zieke daar gevoelig voor is, dan wordt hij wel beter en als
die geen gevoel voor kleuren heeft, dan gaat de sukkel dood. Denk aan Sylvia
Millecam!
Ludwig Wittgenstein heeft ook over kleuren geschreven. Stelling 70
uit Opmerkingen over de kleuren, deel I. “ Goethes leer van het ontstaan
van de kleuren van het spectrum is niet een theorie die onbevredigend is
gebleken, maar eigenlijk helemaal geen theorie. Niets kan ermee worden
voorspeld. Zij is eerder een vaag denkschema [-]. Er is ook geen 'experimentum
crucis' dat ten voordele of ten nadele van deze leer zou kunnen beslissen.”
Och Goethe, zeker een interessante man. Hij werkte aan van
alles tegelijkertijd. Een multitasker. Hij schreef twintig jaar aan zijn
toneelstuk Faust. Over de duivel en een alchimist. Terug naar de
middeleeuwse folklore. Over een man die zijn ziel verkoopt aan de duivel voor
verse seks met Gretchen en haar blonde vlechten. Vast ook met die vlechten. Het
eerste deel is nog geestig zoals het stukje met de pratende hond en kat in de
kelder van de alchemist die voor Faust een viagradrankje bereidt, maar deel
twee met al die heksen op de Walpurgisnacht op de Brockenberg in de Harz is onspeelbaar, maar leuk bedacht. Dus daar, op de Hexentanzplatte, is nu een grootse licht- en geluidsshow, voor toeristen dan. Wie heeft
dit stuk ooit in zijn geheel gezien?
Zoals bij veel schrijvers is het debuut ook
meteen het beste boek. Goethe had iedereen beet met het lijden van de jonge
Werther. Een klein meesterwerk in brieven met tranen bevlekt. Een zelfmoordsucces.
Goethe bleef nog lang en
gelukkig schrijven.