dinsdag 5 mei 2026

Autobiografie en fictie (Blog 131)

 

Autobiografie en fictie

Opmerkingen over fictie in autobiografieën en autobiografische elementen in fictie

 

In Niebla, een in 1914 verschenen boek van Miguel de Unamuno, krijgt de verteller [uitdrukkelijk, de schrijver zelf] het aan de stok met de hoofdfiguur, omdat deze fictieve persoon iets wil doen wat de verteller niet wil. Ook de voorwoordschrijver wordt niet gespaard. In het na–voorwoord, stelt de schrijver dat hij kan doen met zijn personen, wat hij wil en dat de voorwoordschrijver noch de verhaalfiguren daar iets over te zeggen hebben. Dat de schrijver zich - tot in het voorwoord - met zijn eigen verhaal bemoeit, omdat de hoofdfiguur eisen begint te stellen, dat is ongebruikelijk.

 

In fictie maakt een auteur gebruik van een verteller om een verhaal te vertellen over een of meer hoofdfiguren en dat met een bepaald doel. Vaak gebruikt de schrijver autobiografische elementen, maar hij zet ze om, verandert er naar believen van alles aan, verzint andere namen, plaatst gebeurtenissen in een andere tijd of kader, anders gezegd hij manipuleert de feiten om ze te onderwerpen aan zijn intentie. Waarheid en verzinsel zijn verstrengeld; ook bij een ik-verteller.

De lezer van fictie weet dit; hij maakt  a.h.w. een afspraak met de schrijver, de lezer weet dat hij verzinsels leest. Voor een autobiografie geldt een ander pakt: de lezer veronderstelt eerlijkheid en openheid; waarheid en duiding en wenst juist niet gemanipuleerd te worden.

In een volmaakte autobiografie zouden verteller, hoofdfiguur [de schrijver zelf] en doel van het verhaal [het leven van de schrijver] moeten samenvallen. Is een perfecte autobiografie schrijfbaar?

Nee!

Alleen praktisch al niet, want dan moet je steeds noteren wat je doet, denkt en beleeft en dat is dus schrijven dat je schrijft en je beleeft dus niks, dus daar kun je dan niet over schrijven. Het leven valt samen met het schrijven. En daarbij: wie zou dat dan willen lezen?

 De problemen van de autobiograaf die niet vertelt maar navertellen moet, zijn tweeërlei:

-zijn herinnering deugt niet

-zijn taal reikt niet .

 

Afgezien van de witte plakken in het brein genoemd naar dokter Alzheimer en zijn vakbroeders is er geen groter vijand van het geheugen dan de tijd. Want wanneer schrijf je een autobiografie? Als de tijd daar is en die dient zich aan op een hogere leeftijd. De schrijver kijkt terug, herinnert door een waas die hangt tussen het toen en het nu van het schrijven.

En de taal schiet tekort. Hoeveel woorden moet je besteden aan een gebeurtenis? Alles in detail maakt het boek onmetelijk dik en onschrijfbaar en dan de woorden zijn benaderingen om het onuitspreekbare te benaderen. Moet ik mijn kinderjaren in een kindertaal schrijven?

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten