Een roman over de zevende taalfunctie
donderdag 16 april 2026
De zevende functie van taal (de roman)
LEIJSTEEN 10
LEIJSTEEN 10
Soms doen mensen gif in het eten van hun partner omdat de
liefde in haat is verworden.
Meestal zijn het vrouwen die hun man vergiftigen, terwijl
mannen eerder doodslaan, ook al staan er wetten in de weg en praktische
bezwaren.
Ook doen vrouwen wel eens gif in hun eigen eten omdat ze
diep ongelukkig zijn met hun saaie bestaan,
Madame Bovary had een brave maar saaie man in een saai dorp
met saaie bewoners
Het grootste evenement in die tijd, de tijd in het dorp
waarin Madame Bovary leefde, was de landbouwtentoonstelling.
Voor de rest was er niks te doen.
Het leven leek daar toen wel op wat nu een intelligente
lockdown heet.
Emma Bovary kon wel gaan winkelen in de grote stad en
stiekem haar minnaar ontmoeten, maar het hielp al maar niet tegen de overvloed
aan tijd om niets te doen.
Dus ze nam een kopje arsenicum en verwoestte daarmee haar
ingewanden, zodat het zwart uit haar mond liep.
Men vond het boek van Flaubert een schandalig werk.
Dat was heel goed voor de verkoop.
Rond de eeuwwisseling, dus rond 1900, verschenen er wel meer
schandelijke boeken.
Zo had je Pijpelijntjes, dat gaat over twee homoseksuele
mannen.
De titel verwijst niet naar een seksuele bezigheid maar naar
de volkswijk De Pijp in Amsterdam.
De verkoop van het boek verliep nogal vreemd.
Het bleek dat iemand de hele voorraad van alle boekhandels
in de stad opkocht.
De koper, de arts Aletrino, had zichzelf in één van die twee
mannen herkend.
De schrijver Jacob Israël de Haan werd later vermoord, niet
omdat hij dit schandelijke boek had geschreven, maar omdat hij, toen hij als
zionist naar Palestina was gegaan, het opnam voor de rechten van de
Palestijnen.
De Haan zag dat de zionisten de Palestijnen het liefst zouden
verjagen uit het beloofde land.
Dat had God gedaan.
Niet de moord maar het land beloven.
Nu zijn de zionisten met bommen en granaten de Palestijnen
definitief aan het verjagen.
Een ander schandelijk boek rond 1900 heette Een liefde.
De schrijver was Lodewijk van Deyssel.
Zijn eigenlijke achternaam was Alberdingk Thijm,
Hij kwam uit een deftige katholieke familie.
Het boek was bepaald niet deftig met al die seksuele
hartstocht.
In de jaren zestig van de vorige eeuw verschenen er, tot
grote vreugde van de rijpere jeugd, nog veel meer schandelijke boeken.
Het was het decennium van de ophef over zulke boeken van
o.a. Gerard van het Reve, Jan Wolkers en Jan Cremer.
Dat was dan het Nederlandse aandeel in de ophef.
Het allerschandelijkste boek dat wereldwijd voor ophef
zorgde ging over de perverse liefde van ene Humbert Humbert voor Dolores Haze,
alias Lolita.
Lolita was nog geen dertien jaar; toen HH met haar van het
ene motel naar het ander trok.
Nabokov noemde deze pre-puberale meisjes nimfijnen.
In 2025 stond in De Volkskrant: Lolita is geen verhaal over
een minderjarige verleidster, maar een over de vernietiging van een meisje.
Het verhaal werd in 1955 als pornografisch beschouwd en de
schrijver was net als Humbert Humbert, een onbetrouwbare leugenaar en een
pedoseksueel.
Niet zelden worden de daden van de hoofdpersoon in de
schoenen geschoven van de schrijver.
Met die schoenen aan beschrijf ik een ongepast beeld.
Het beeld stemt niet met de werkelijkheid overeen; het is
onjuist.
Ik zou zeggen dat de beelden ontstaan in het hoofd van de lezer
en niet in de schoenen van de schrijver.
Het boek werd uiteraard verfilmd.
Het eerst in 1962 door Stanley Kubrick.
Het probleem van de film is dat het vertelperspectief van de
leugenachtige Humbert ontbreekt.
Dat vertelperspectief is het pleidooi dat Humbert schrijft
in de gevangenis.
Dit pleidooi toont wat Humbert onder de waarheid verstaat en
dat is dus nogal subjectief.
Een film toont ons in beelden wat er gebeurt, niet hoe het
gebeuren in taal verteld wordt.
In Frankrijk hadden ze met expliciete beelden minder moeite
dan de Amerikanen.
De Franse film, beleefde in de tijd de nouvelle vague waarin
de liefde, of liever de seksuele bezigheid, zonder veel scrupules werd getoond.
Meestal bedreef men die liefde op een zolderkamertje onder
een heet zinken dak.
Dat van die heet zinken daken komt, omdat in het oude Parijs
de daken in hun geheel werden bedekt met zinken platen.
In het toneelstuk Kat op een heet zinken dak wordt per
ongeluk gedacht dat het dak van tin was.
Dat komt omdat dat stuk in Amerika speelt en niet in Parijs.
Onder het dak van die Parijse kamertjes werd het in de zomer
bloedheet en in de winter starnakel koud.
Hongerkunstenaars, balletdanseressen, acteurs, modinettes en
etaleurs waren de belangrijkste bewoners van die kamertjes onder zo’n gloeiend
of ijskoud dak.
Parijs is de stad van olala, vanwege de verse aanvoer van
modinettes en soubrettes.
De bekendste film in dit genre heet Irma
Die film werd grotendeels in Los Angeles gemaakt, dus van
expliciete beelden was geen sprake.
Irma is een comédienne en Emma niet.
Die film met Shirley Maclaine als Irma is ongeloofwaardiger
dan het boek over Emma Bovary van Flaubert.
Toch kreeg de film heel veel Oscars en Flaubert veel
misprijzen.
Het leven onder zo’n zinken dak was niet alleen heet of
bitterkoud maar ook armoedig.
Het rook er niet alleen muf en benard, maar evengoed naar
illegaliteit, zoals het beroep van Irma.
Toch is dit geen echte Franse film want de hoofdrollen worden
gespeeld door Amerikanen.
Het gangstermeisje van Remco Campert had ook best onder zo’n
zinken dak gekund, maar die waren er in Amsterdam niet.
Helaas is dat boek niet verfilmd, maar wel is er een
wonderschone stripversie van.
LEIJSTEEN 12
LEIJSTEEN
12
Hij
noemde zichzelf Den Doolaard.
Hij werd begraven onder een zwerfkei op de Veluwe: "We hebben tussen wonderen geleefd maar we hebben het
niet begrepen" staat
er op de steen.
Hij
wordt ook niet meer gelezen.
Wat
er in de Balkan gebeurde, interesseert hier niemand, behalve misschien de
Nederlandse soldaten die moesten toezien dat ze niets mochten doen
De
commandant van de Nederlandse soldaten die de Bosniërs in Srebrenica moesten
beschermen, kreeg een schemerlamp cadeau van de Servische generaal Mladic,
omdat hij, behulpzaam was geweest bij het scheiden van vrouwen en kinderen van
hun mannen en vaders.
Die
mannen, plm. 7000, werden daarna geëxecuteerd.
In
Ohrid, de parel van de Balkan, staat een monument ter ere van Den Doolaard.
In
het toeristenseizoen is er een tentoonstelling te zien.
Den
Doolaards roman De bruiloft der zeven zigeuners speelt zich af in Ohrid.
Toerisme
is een belangrijke bron van inkomsten.
De
eerste toeristen waren pelgrims.
Daarom
moest je een plek hebben waar een wonder was gebeurd.
Desnoods
verzon je dat wonder zelf.
Daar
werd dan een kerk neergezet, waar de pelgrims de heilige konden aanbidden.
De
belangrijkste kerk in Ohrid is gewijd aan Sint Naum,
Sint
Naum speelde een cruciale rol in het verspreiden van het christendom en het
onderwijs van de literatuur in het Slavische gebied.
Hoewel
de gebroeders Cyrillus en Methodius het glagolitische schrift ontwikkelden,
heeft hun werk, mede dankzijpersonen als Sint Naum, geleid tot de ontwikkeling
van het latere cyrillische schrift.
Dat
staat op Wikipedia.
Sint
Naum is begraven in de kerk en volgens de lokale bevolking kun je de hartslag
van de heilige nog horen als je een oor op zijn graf legt.
Dat
is zeker een wonder, als het waaar is, maar volgens mij hoor je dan je eigen hartslag.
Je
zou kunnen zeggen dat de bewondering voor een Nederlandse schrijver in Macedonië
groter is dan in eigen land.
De
bewondering voor het werk van Antoon Coolen kwam vooral voor in Brabant.
Hij
was niet steeds op den dool zoals Den Doolaard, maar wel een tijdgenoot.
Coolen
is bekend geworden met Dorp aan de rivier.
Hij
was bevriend met de huisarts in Deurne, Hendrik Wiegersma, die weer een zoon
was van Jacob Wiegersma, huisarts in Lith.
In
dat boek heet Jacob Tjerk van Taeke en de rivier heet Maas.
Die
Henrik had maar liefst vijf zonen en de bekendste heet Friso die Het tuinpad
van zijn vader schreef, dat gezongen werd door de vriend van Friso, Wim
Sonneveld genaamd.
Overigens
was dit lied, een nostalgische tekst, oorspronkelijk van Jean Ferrat.
Dat
lied heet bij Ferrat De berg en is niet alleen nostalgisch maar ook cynisch..
Hendrik
komt ook voor in een boek van Toon Kortooms: Help de dokter verzuipt.
Dat
lollige boek werd veel beter verkocht dan de doktersboeken van Coolen.
Coolen
had vier zonen.
Die
eerste drie had hij genoemd naar de Vlaamse schrijvers: Stijn Streuvels, Guido
Gezelle en Felix Timmermans. De vierde zoon met een dubbele voornaam werd
genoemd naar het echtpaar Wiegersma, Petrus (naar Petronella) en Hendrik naar Hendrik.
Dat
heeft natuurlijk niets met zijn boeken te maken, maar met andere schrijvers en
kunstenaars.
In
1936 verscheen De drie gebroeders.
Dat
ging alweer over de zonen van Friso ofwel in het echt Jacob Wiegersma.
Die
zonen, dus die gebroeders, heetten Henrik, Jaap en Gerrit.
Maar
in het boek heten ze Tjerk, Evert en Wobbe.
Nu
bent u vast de draad kwijt.
Critici
van Coolen vonden dat hij van die uitwaaierende zinnen schreef met veel
herhalingen, zodat de lezer ook in die breidraden verstrikt of verveeld raakt.
Alles
wat werkelijk gezegd kan worden, kan helder gezegd worden en dat hoeft dan
niet tien keer opnieuw gezegd te worden.
Daarom
ging Coolen kortere zinnen schrijven.
Ook
liet hij de personages wat minder in het Deurnese dialect praten.
Stijn
Streuvels schreef ook over een dorp aan de rivier, maar dat was eigenlijk meer
een gehucht: De Teleurgang van de Waterhoek.
Daar
kwam een brug en werd de oude veerboot overbodig.
De
notaris kwam het aan de simpele zielen van de Waterhoek uitleggen.
Hij
werd uitgelachen en uitgejouwoud.
Ze
saboteerden de bouw van de brug en staken de dam waardoor de bouwput vol water
liep.
De
bouwers werden bedreigd en een paar werden zelfs vermoord.
De
rijkswachters maakten jacht op de daders.
Dat
doet me denken aan de protesten tegen een asielzoekerscentrum in deze tijd of
de bezetting van een bos waardoor een weg staat gepland.
Verzet
tegen verandering en de veronderstelde noden van de moderne tijd is streekoverstijgend.
Enkele
boeken van Coolen, hoewel geworteld in het Brabantse dorpsleven, zijn dat ook.
Over
het algemeen werd zijn werk positief ontvangen, maar de pejoratieve term
streekroman werd toch op zijn oeuvre geplakt.
Streuvels
hield er dan weer een eigenaardig taalgebruik op na met veel impressionistische
bijvoeglijke naamwoorden.
Hij
gebruikte ook West-Vlaamse woorden die zelfs de West Vlamingen niet kenden.
Dat
had hij van zijn oom Guido Gezelle die een lange lijst aanlegde van particularismen.
Dat
maakt Streuvels zinnen nogal gekunsteld.
De
Teleurgang en Dorp aan de rivier werden destijds
goed verkocht en verfilmd, allebei door Fons Rademakers.
In
de Teleurgang was Willeke van Ammelrooy als Mira, de slonze, de trekpleister.
Trekpleister
is een raar woord.
Maar
die trekpleister trok wel de flmgenieters aan.
Maar
niemand leest Streuvels, Coolen, Den Doolaard of Timmermans nog.