WITTGENSTEEN 4
Laster is de smadelijkste vorm van een leugen.
Ze kan gericht zijn op één persoon, maar ook op een hele
bevolkingsgroep.
Bewijs is meestal niet nodig.
Waar rook is, is vuur.
De roeping van de mens is mens te zijn, schreef Multatuli.
Dat lijkt een tautologie.
Alles wat uitgesproken wordt, is niet altijd even helder.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het de roeping van de wolf
is mens te zijn.
Maar dat kan dat beest helemaal niet.
De uitspraak is een contradictie, omdat ze in strijd is met
de evolutie.
Je kunt wel zeggen dat de mens een wolf is voor de medemens.
Homo homini lupus.
Dus als je een mens vergelijkt met een wolf dan is dat
negatief bedoeld voor de mens.
Niet voor de wolf.
De vergelijking werkt maar één kant op.
Dat veel taaluitingen niet helder zijn, komt door al die
metaforen.
Metaforen geven een beeld door middel van een vergelijkbaar
beeld.
Terwijl de taal zelf al een beeld is van de feiten.
Het woord bijl is geen bijl.
Kafka vond dat een tekst als een bijl moest zijn die door het
ijs klieft van je bevroren ziel.
Dat zal zeker gebeuren als je ’s morgens wakker wordt en je
blijkt in een kever veranderd te zijn.
Dan moeten je huisgenoten goed opletten waar ze hun voeten
neerzetten.
Dat iemand zo maar in een kever verandert, is wel absurd en
in strijd met de evolutie.
Eigenlijk is de bureaucratie en de kadaverdiscipline in de
boeken van Kafka nog veel absurder, maar wel realistisch.
Dat is eigenlijk nog schokkender dan dat mensen in kevers
veranderen, want bureaucratie en kadaverdiscipline hebben veel mensenlevens
verwoest.
In de Zaak 40/61 schreef Harry Mulisch dat Adolf Eichmann,
de regisseur van de Holocaust, dat Adolf al van jongs af aan had leren
gehoorzamen en dat is blijven doen bij de SS.
Hij voerde de bevelen van zijn meerderen uit.
Dat was zijn plicht en hij gehoorzaamde.
Hij probeerde hiermee zijn verantwoordelijkheid voor de
massamoord af te schuiven.
Hij was maar een banale ambtenaar.
Maar de rechtbank trapte daar niet en veroordeelde hem tot
de strop.
Harry Mulisch woonde in 1961 het proces tegen Eichmann bij
als verslaggever.
Vanaf dan schreef hij een flink aantal boeken over de Tweede
Wereldoorlog.
Mulisch zelf zei dat hij niet over de oorlog schreef, maar
dat hij die oorlog zelf was.
De Aanslag gaat over de gevolgen van een moord op een NSB’er
die er eer in legde om ondergedoken Joden op te sporen.
Omdat de overburen het lijk van de NSB’er op de stoep van
een ander huis leggen, wordt het gezin dat daar woont door de Duitsers
vermoord.
Alleen een jongeman overleeft dit.
Hij blijft zijn leven lang zoeken naar de schuldvraag.
Dat probleem wordt in wezen niet opgelost, maar juist
complexer.
In de boeken van Harry Mulisch wordt het raadsel niet
opgelost, maar vergroot.
Zo schreef hij ook over de ontdekking van de hemel.
Toen de hoofdpersoon van dat boek, werkzaam bij de
sterrenwacht in een oude barak in Westerbork de hemel ontdekte en precies op
dat moment zijn bevindingen aan de lezers zou openbaren, knalde er een
meteoorsteen door het dak die alles en ieder in de barak in rook deed opgaan.
Zo’n verhaaltruc heet ook wel een deus ex machina.
Mulisch is een magiër.
Maar de lezer is geen oude Griek met zijn Godenwereld, maar
een modern mens en hij voelt zich bedonderd.
De hemel wordt niet ontdekt.
Het raadsel is niet opgelost.
Het raadsel bestaat niet.
Omdat de vraag onzinnig is.
De vraag naar het wereldraadsel ligt buiten de wereld.
Daarom krijgt iemand die te dichtbij komt een meteoriet op
zijn dak.
Mulisch was een groot schrijver met een prachtige paradoxale
stijl, maar na zijn dood was zijn roem snel verdampt.