zondag 27 april 2014

NU EN ALTIJD

Nu en altijd bestaan niet
[Leyeloren 30, Lees de tijd]



Het nu en de eeuwigheid bestaan niet. Toch hoor je voortdurend deze woorden gebruiken. ‘Ik wil het [geluk, geld, eeuwig leven] nu en dat altijd, in omnia secula seculorum, amen.
Waarom bestaan het nu en de eeuwigheid niet? Ga even mee in een klein gedachte-experiment. Het nu is onmiddellijk voorbij als je nu zegt. Wiskundig gerekend nadert de tijd tot nul. Het echte nu is nul. Het bestaat niet. Dan het eeuwige. Het altijdige duurt eindeloos. Wanneer is de eeuwigheid? De eeuwigheid is er steeds; gisteren, nu, morgen. Zij is oneindig. Er zit geen begin aan en geen einde. Waar is het dan? Het continuüm is al even abstract en ongrijpbaar als het nu. Ze bestaat uit een oneindig aantallen nu. En nu bestaat al evenmin als altijd. De eeuwigheid is een idee. 
Astrologen -nee, die niet, astrologen zijn goochelaars, maar astrofysici nemen aan dat de tijd begonnen is met de oerknal en mogelijk eindigt met een imploderend heelal, waarin de tijd terugdraait tot nul. Ook is het mogelijk dat het heelal zo eindeloos uitdijt, dat de tijd zo uitrekt, dat er helemaal geen tijd meer is. Eeuwige tijd, altijd nu. De kans is groot dat we nu ergens midden in de tijd zitten; veertien miljard jaar verder is de tijd op. Er is dan geen nu en geen eeuwigheid meer. Het lijkt op het potentiërend middel in een eindeloos verdund homeopathisch medicijn. Het is niet meer terug te vinden. Verdwenen in de verdunning. Of, zoals in het heelal: tijd en eeuwigheid verdwenen in een onmetelijk zwart gat.
 Een mensenleven begint met de geboorte en eindigt met de dood; tamelijk concrete ervaringen voor wie het overkomt; maar de kosmos zou uit het niets –want wat was dat iets dat oerknalde?- zijn ontstaan en in het niets verdwijnen.  Bij dat eerste en het laatste kunnen we ons niets voorstellen. De tijd bestaat niet.

Een theoretisch fysicus uit Heidelberg, Christof Wetterich beweert dat niet het heelal uitdijt, maar dat onze meetlat krimpt. Alles wordt kleiner want de atomen krimpen. Interessant gelul. De gewichtjes die de goudhandelaren vroeger gebruikten om goud te wegen bij de inkoop, waren zwaarder dan ze aangaven en bij de verkoop gebruikten ze andere, lichtere gewichten. Daarmee veranderde de hoeveelheid goud niet; maar wel de meetresultaten en daardoor groeide de omvang van hun geldzakken. Meneer Wetterich: als alle materie krimpt, dan krimpt ook het heelal mee en krimpt de Planckmassa en de kosmologische constante van Einstein allemaal in dezelfde mate mee. Tot alles nul wordt. Of oneindig; want of het heelal krimpt tot nul of het zet uit als een  opzwellende ballon, tot die door het wegvallen van het samenhangende potentieel uiteen knalt waardoor alles verdwijnt in het niets, nul en niemendal. De eindknal.   
.


vrijdag 31 januari 2014

INGEBORG BACHMANN

Ingeborg Bachmann,  Klagenfurt 1926 –  Rome 1973


[Leyeloren 29]

Ingeborg Bachmann werd bekend door haar optreden in 1952 bij de legendarische Gruppe 47. In Der Spiegel [Ed. 1954] werd zij 'de diva van de dichtkunst' genoemd. Henry Kissinger vond haar een unieke vrouw. Blijkbaar een kenner. 
Bachmann promoveerde op het filosofisch werk van Martin Heidegger en schreef o.a. essays over Ludwig Wittgenstein, Maria Callas, Robert Musil en Simone Weil.
Begin 2014 verschenen twee nieuwe boeken over haar leven. Andrea Stoll schreef Die dunkle Glanz der Freiheit, dit verscheen bij Bertelsmann en Ingeborg Gleichauf publiceerde: Ingeborg Bachmann und Max Frisch: Eine Liebe zwischen Intimität und Öffentlichkeit, bij Piper Verlag. [Bespreking van deze boeken staan in De Groene Amsterdammer, 30-01-2014]

In haar werk staan angst voor tirannie en voor machtsmisbruik en geweld in de intimiteit tussen man en vrouw centraal. Het woord Nee gezegd tegen vaders, minnaars komt vele malen voor. Zo wijst ze in het verhaal Undine geht [in de bundel Het dertigste jaar] alle mannen af -een Hans in het bijzonder, omdat zij allen laf, trouweloos en burgerlijk zijn. Haar bekendste roman - De Groene spreekt van een polyfone roman - is Malina [verfilmd door Werner Schroeter en Elfriede Jellinek]. Aan de ene kant had zij een glamouruitstraling; maar in werkelijkheid was ze een rusteloze instabiele vrouw, die voortdurend wisselde van minnaar en woonplaats. Vooral haar verstoorde relatie met Max Frisch die haar in de steek liet voor een studente leidde, naast haar verslaving aan medicamenten, alcohol en nicotine tot haar psychische en fysieke ondergang
Het boek Malina zou deel uitmaken van een trilogie Todesarten. Maar de schrijfster overleed zelf op tragische wijze door de brandwonden die ze opliep bij een brand in haar huis in Italië. Mogelijk is ze met een brandende sigaret op de bank in slaap gevallen. Daar vond men een chaos aan geschriften en documenten, waarmee studenten het boek Todesarten hebben samengesteld. Het boek wordt in het Groene-artikel Doodsoorzaken genoemd, maar het gaat niet om de oorzaak in medische zin; maar veeleer om de wijze waarop iemand sterft in lijn van zijn of haar levenswijze. Doodswijzen dus. [Zie ook Leyeloren 2, Niebla en Malina]

Werken [Bron:Wikipedia]

§  1950 Kritische Aufnahme der Existenzialphilosophie Martin Heideggers (proefschrift)
§  1953 Die gestundete Zeit (dichtbundel)
§  1956 Anrufung des Großen Bären (dichtbundel)
§  1958 Der gute Gott von Manhattan (luisterspel)
§  1959 Probleme zeitgenössischer Dichtung (lezingen)
§  1961 Das dreißigste Jahr (verhalenbundel)
§  1965 Ein Ort für Zufälle
§  1965 Der junge Lord (libretto)
§  1971 Malina (roman, deel I van Todesarten)
§  1972 Simultan (verhalenbundel)
§  1973 Gier (verhalenbundel)
§  1978 Der Fall Franza (fragmentarische roman, deel III van Todesarten)
Requiem für Fanny Goldmann (niet uitgewerkt) is deel II van Todesarten.

maandag 20 januari 2014

GELUIDSKUNST [SOUNDART]

Geluidskunst of sound art
[Leyeloren 28]

Je hebt kunstgeluiden of geluidskunst. Een kunstgeluid is bijvoorbeeld het glasgerinkel dat Carolien Gehrels maakte toen zij als wethouder van cultuur in Amsterdam met een steen een raam kapotgooide van een te slopen stuk van de Sandbergvleugel van het Stedelijk Museum. Een statement vergezeld van een schervengericht. Het is gelukkig allemaal weer goed gekomen, met het Museum dan, al heeft het bergen geld en golven tijd gekost. Maar nu is het weer hommeles. De directeur stapt op.

Geluidskunst of sound art wordt door Wikipedia gedefinieerd als een vorm van kunst waarbij geluid gecombineerd wordt met beeldende kunst. Een definitie zonder pootjes; want alleen al een geluidsband zonder beeld, kan geluidskunst zijn.

Op 4 september 2013 overleed een van de bekendste geluidskunstenaars van Nederland: Dick Raaijmakers, alias Kid Baltan. Hierover verder meer.

Het oudst bekende geluidskunstwerk komt voor in het toneelstuk is R.U.R. wat de afkorting is van Rossum's Universal Robots. een stuk gemaakt door Karel Capek (en zijn broer Jozef). Het ging in 1921 in première in Praag. Het gaat over kunstmatige mensen die de echte mensheid bedreigen, tot er nog maar één mens over is. 


Wikipedia vermeldt dit:Het toneelstuk R.U.R. (Rossum’s Universele Robots) van Karel Čapek is geschreven in 1920 en voor het eerst opgevoerd op 25 januari 1921. Het stuk heeft de reputatie het woord “robot” in de wereld te hebben gezet. “Robot” is afgeleid van het Tsjechische woord “robota”, wat zoveel betekent als saai werk, zwoegen en dienstbaarheid. Een “robotnik” is een boer of lijfeigene.
Overigens lijken Čapek’s robots niet op wat wij nu onder robots verstaan: tegenwoordig zouden we het eerder resultaten van genetische manipulatie noemen. Čapek heeft het over “kneedmachines” en “vaten” waaruit een chemische substantie komt die met behulp van drukpersen tot een mensachtig wezen wordt gevormd. Op het toneel zien ze er uit als normale menselijke wezens, een gegeven dat ook gebruikt wordt.
Uiteindelijk wordt iedereen (buiten beeld, het blijft netjes) door de robots vermoord. Er blijft één mens over: de fabrieksarbeider Alquist, de enige mens die zelf ook iets zichtbaars produceerde en dus, in de ogen van de robots, met hen op gelijke voet staat.
In de slotscène is de hele mensheid, behalve Alquist, omgebracht. De robots blijken echter niet in staat zichzelf te reproduceren (het geheim hiervoor is door Helena vernietigd) en vragen aan Alquist ze te helpen voor ze uitsterven. Omdat Alquist geen wetenschapper is, lukt dit niet. Het stuk eindigt als twee van de op Helena’s verzoek gemodificeerde robots (Helena en Primus) op elkaar verliefd blijken te zijn en zich als Adam en Eva terugtrekken. Wat er verder gebeurt en of ze zich ook kunnen voortplanten wordt niet verteld.

Wat Wikipedia niet vermeldt is dat er voor die tijd wonderlijke muziek bij hoorde; hoe die gemaakt werd is niet duidelijk/. Op You Tube is een opvoering te zien door studenten van Университет ИТМО, de technische universiteit van Sint Petersburg. Daar wordt het geluid, zo te horen, geproduceerd met synthesizers en computers. Ze spelen in het Engels! Het eind van deze opvoering is wat veranderd; terwijl de twee overgebleven robots heel menselijk staan te zoenen, komt er een kinderballet van robotjes op, waarachter het verliefde duo verdwijnt. Zijn dat hun kindertjes die de wereld gaan bevolken?

Ook uit die dadaïstische tijd van R.U.R. stamt de Ursonate van Kurt Schwitters. Dat is een vocaal werk vol oergeluiden en onbegrijpelijke woorden; eigenlijk meer keelgeluidmakers kunst, maar geen muzikale compositie van toonreeksen. De enorme lawaaimachines van Luigi Russolo komen in de buurt.
In de jaren zestig kreeg Dick Raaijmaekers bij Philips in Eindhoven de vrije hand om in het Natuurkundig Laboratorium zijn ideofonen te maken met behulp van een circus bandrecorders en toongenerators. Het grote project werd de ideofonische muziek voor het Philips paviljoen op de wereldtentoonstelling in Brussel 1958. Samen met Edgard Varèse maakte Kid Baltan een compositie van 507 seconden die begint met het bonzen van de bourdon van de grote kerk in Delft.



vrijdag 17 januari 2014

GOOGLE, HET NIEUWE BABEL


                      Google het nieuwe Babel

                           [Leyeloren 27]

                        In de oudheid had de bibliotheek van Babel alleen maar boeken in dezelfde taal: het Babylonisch. Voor de bouw van de toren was dat ook logisch. Er was immers maar één taal. Na de spraakverwarring [informatie-overload] probeerden de  Egyptenaren alle boeken in alle talen te verzamelen.  Zo werd de bibliotheek van Alexandrië destijds de grootste bibliotheek van de aleph. Kalief Oman vond dat weer overdreven. Er hoefde maar één boek in die hele bibliotheek te staan, want in dat ene boek stond alles wat je weten moet. Dan heb je ook geen bibliotheken nodig. Alle boeken, op dat ene na, konden wel verbrand. In onze tijd proberen de Nederlandse bibliotheken een groot deel van hun boeken [behalve de thrillers] kwijt te raken. Niet door ze te verbranden [heikel], maar af te schrijven. De openbare bibliotheken stoten vestigingen af en de minister van OCW vindt dat alle bibliotheken digitaal moeten worden.Net als bij de kalief heb je dan geen gebouwen meer nodig. Het Tropeninstituut wil helemaal van zijn bibliotheek af. Er mag niet één boek overblijven, maar het gebouw mag blijven staan. Een groot deel van de boekencollectie verhuist nu naar, wie had dat verwacht, naar de bibliotheek van Alexandrië [sic].

                        Het idee dat er een bibliotheek zou moeten zijn met alle geschriften, is uitgewerkt in de fantastische roman van Jorge Luis Borges De bibliotheek van Babel. Hij schreef dit boek in 1941. In die bibliotheek staan alle bestaande, nog te schrijven en alle denkbare boeken en de catalogi van alle catalogi en daar weer de catalogus van. Het gebouw is een rizoom: een oneindig doolhof dat enigszins is gesuggereerd in de film van de Roman van de Roos. Beelden die weer teruggaan op tekeningen van Piranesi, die je weer terugziet in de film van De ontdekking van de hemel. In de hemelgewelven hebben ze alle boeken, ook de nog ongeschrevene en de nog te schrijvene. Eeuwig lezen en nooit last van informatie-overload..
Het lijkt erop dat Google zo’n bibliotheek in digitale vorm nastreeft. Sterker nog Google wil alles van iedereen en alles van alles op internet zetten. Op dat idee was Borges ook al gekomen. In 1945 schreef hij De Aleph. Dit is een hele kleine bol, waarin het hele heelal te zien is en alles en iedereen in verleden, heden en toekomst: het ultieme internet. Samen met Facebook en de spionagedienst NSA komt die aleph er wel. Nog hoger dan Babels toren.


donderdag 5 december 2013

ENGLANDSPIEL

Englandspiel.
Verraadtheorieën rond Prins Bernhard.
[Leyeloren 19]

Engelandvaarders, stoere knapen welgemoed, vluchtten naar Engeland en om te strijden tegen de Mof werden ze gedropt als verzetsstrijder in bezet Nederland. Dat ging niet goed, want daar zaten dubbelspionnen bij. 
De Duitse contraspionage was het gelukt uit Engeland afkomstige geparachuteerde geheime agenten te arresteren en "om te keren, " waaronder  als eersten Th. Taconis en zijn marconist Huub Lauwers. Ze bleven hun berichten naar Londen sturen, zonder dat ze daar argwaan kregen. Dat was vreemd. Normaal was dat de berichten precies op afgesproken tijden en voorzien van security-checks door expres ingebouwde fouten moesten worden verstuurd. Dan was alles in orde. Lauwers liet die afgesproken fouten achterwege en wanhopig geworden doordat de Engelsen dat niet opmerkten, vlocht hij herhaaldelijk het woord 'caught' in de berichten en verwerkte boodschappen in de zgn. jumbled letters, de letters die een boodschap voorafgingen en afsloten. En toch kreeg niemand in Engeland argwaan. Zo vielen meer dan vijftig agenten in Duitse handen. 
Volgens nieuwe gegevens [Kittler: Gramophon e.a.] zouden de Duitsers de berichten eerst op de band opgenomen hebben, waarin ze vervolgens de juiste security-checks inbouwden. Dit werd in bepaalde kringen (o.a. van de amateur-historicus Prof. Mr. A. Korthals Altes die dit had van de eerste gearresteerde agent Lauwers) nogal ongeloofwaardig gevonden. 
De schrijver Willem Frederik Hermans maakt zich echter boos en stelt dat NIETS, welke blunder dan ook, echt NIETS argwaan wekte bij de Engelsen. Hermans haalt er de stukken bij van het PEC (Parlementaire Enquête Commissie van 1946). Hij maakt aannemelijk dat de Duitsers alles wisten en de Engelsen een stel sufkoppen waren die zelfs de moeite niet namen om te controleren of de eerder gezonden agenten nog in vrijheid waren. Hermans schreef hier een artikel over: Nog is het Engelandspiel niet uit. [NRC 10-07-1987, niet gebundeld]. Ook de rol van het koningshuis, m.n. van Prins Bernhard gaf aanleiding tot argwaan m.b.t. het lekken van oorlogsgeheimen.

Er waren al veel vragen: rond de 14de mei 1940 – het vertrek van de koninklijke familie en de regering; opnieuw rond de rol van sommige Engelandvaarders (dubbelspionnen, zoals Van der Waals op wie Hermans de roman De donkere kamer van Damokles baseerde) en voor de derde keer het mogelijke verraad van de operatie Market Garden [Een brug te ver] door King Kong, de strijdnaam van Chris Lindemans.
Over deze dubbelspion die in kringen van prins Bernhard figureerde, schreef Willem Frederik Hermans in opdracht van de NTS (nu NOS) een toneelstuk, King Kong, dat nooit is opgevoerd – tenminste niet op tv. De reden daarvan wordt ook in de correspondentie die Willem Frederik Hermans voerde met diverse betrokkenenen, o.a. Carel Enkelaar van de NTS niet duidelijk. Vermoedelijk waren er regeringsfunctionarissen – via de veiligheidsdienst – die niet wilden dat dit stuk op de tv kwam. De suggestie dat Prins Bernhard de operatie Market Garden had geloslipt tegen King Kong was al te nadrukkelijk aanwezig. Lindemans was toen al dood (1946) en overleden aan mishandeling in de gevangenis – of aan een dosis arsenicum – reden waarom zijn lijk in 1986 is opgegraven. Hij zou niet vergiftigd zijn.
Overigens zeurt Willem Frederik Hermans in de brieven voortdurend over het uitblijven van de tv-vertoning en gierigheid bij de NTS, maar de ware toedracht blijft in nevelen. Artistieke argumenten waren niet wezenlijk, technische van ondergeschikt belang, maar dat de inhoud de reden was voor de boycot wordt niet duidelijk. Dat kon ook moeilijk want de tekst is grotendeels gebaseerd op de parlementaire enquêtecommissie die het verraad van Arnhem heeft onderzocht. Zelfs Lou de Jong van het Instituut voor Oorlogsdocumentatie gaat in de pen. Het zou alleen om slordigheden en vergissingen gaan. De vlam moest in de pan blijven. A. den Doolaard omschreef het als ‘de grootste aller in de doofpot gestopte spionagetragedies.’ De eerste de beste theatermaker ziet trouwens meteen dat het stuk van Hermans  als toneelstuk een mislukt geval is.

Voor koningin en vaderland
Inmiddels is Willem Frederik Hermans dood en stort een andere schrijver in de thrillersfeer zich op dit thema: Thomas Ross.
Hij maakt nogal veel werk van het drieledige verraad. In 2000 nam hij zich voor een trilogie te schrijven met de fictieve Engelandvaarder Daan Kist onder de titel Koningin en vaderland. Zijn eerste heette De dubbelganger. Het Englandspiel komt aan de orde in De anjercode. Het derde deel King Kong [naar de verrader en het stuk van Willem Frederik Hermans] verscheen in 2006 en vertelt over het verraad van de slag om Arnhem ofwel de operatie Market Garden. Ook komt de beruchte ‘stadhoudersbrief’ - een brief die Prins Bernhard zou hebben geschreven aan Himmler - aan de orde. “De strekking van de brief zou zijn geweest om Nederland niet meer onder Duits burgerlijk gezag te plaatsen, maar om de gehate Seyss-Inquart te laten vervangen door een Stadhouder (Bernhard) waarbij de Oranjes geen rol van betekenis zouden spelen en Nederlands-Indië onder Nederlands gezag zou blijven. Dat laatste was buitengewoon aanlokkelijk voor Berlijn.” [cf. Ross: De anjercode, p. 3651 Himmler zou de brief op 10 mei 1942 aan Hitler hebben overhandigd, maar hij zou die brief nauwelijks gelezen hebbend, minachtend hebben weggegooid.
Prins Bernhard was uiteraard niet blij met deze beschuldigingen. Op 7 februari 2004 schreef Bernhard een woedende open brief over deze kwestie aan De Volkskrant. Hij ontkende de ‘stadhoudersbrief’ te hebben geschreven en stelde ook dat Ross hem ten onrechte van het verraad van Arnhem betichtte. Het verweer dat Bernhard niet zelf meer kon lezen, staat in de epiloog van King Kong.

 

vrijdag 22 november 2013

MISLUKKINGSKUNSTENAARS - DE BIOGRAFIE OVER WIILLEM FREDERIK HERMANS [2]

Mislukkingskunstenaars en Pammetje Pet
[Leyeloren 26]

De biografie over Willem Frederik Hermans is nog niet verschenen of de kritiekbrand is al aan het woeden. Geheel in de geest van Hermans vliegen de letterheren elkaar in de haren en stoken ze vuurtjes.
Tien jaar heeft Willem Otterspeer aan de biografie gewerkt en dan houdt het boek al op, als het subject nog geen 31 jaar oud is. Hoeveel delen komen er hierna, wetende dat het grote Hermansiaanse misnoegen nog moet beginnen? Weer een biograaf die is verzand in moedwil en misverstand?
Dus is er ruzie uitgebroken tussen Otterspeer en het Willem Frederik Hermans Instituut. Oprichter Raymond Benders, vriend van Hermans, heeft Otterspeer zelf de opdracht gegeven een biografie te maken, maar is nu zeer ontevreden op de manier waarop Otterspeer te werk is gegaan. Eigengereid, foutief gebruik van archiefstukken, etc. Het logo van het WFHI ontbreekt dan ook in het boek.Ton Anbeek, voorzitter van de raad van advies van het WFHI, meent dat de biografie wel degelijk een goed beeld geeft van de beruchte schrijver. Hij kan het weten, want Anbeek was vroeger de slimste van het letterkundeklasje aan de UvA, anders word je ook geen adviesvoorzitter. Een goed beeld? Een beeld dat nog niet voor een derde af is.  
Criticus Max Pam, ook een groot Hermans kenner, vindt de biografie van Otterspeer allerminst een wetenschappelijk biografie, maar een slordig knutselwerk. De professor, in zijn wiek geschoten, noemt Benders een operettefiguur en een gelubde variant op het weduwschap[?] en Max Pam heet Pammetje Pet. Dit alles geheel op het wijsje van Hermans, die zelf ook een meester was in flauwe naamgrappen en op de persoon gespeelde kritiek.
Inmiddels [via de Sint] is het boek binnen. Het is zeer aangenaam geschreven, dus het laat zich prettig lezen.


dinsdag 12 november 2013

PESSOA: DE DICHTER ALS VEINZER

Fernando Pessoa: Autopsychografie
 [Leyeloren 25]

De dichter als veinzer is een hoofdstuk uit het boek: Fernando Pessoa: het ik als vreemde, van August Willemsen.
Pessoa’s poëtica heeft als grondthema: ‘Finger é combeccer-se’, wat zowel betekent: ‘Veinzen is zich kennen’, als ‘Veinzen is zich leren kennen.’
Hier volgt het meest geciteerde en geanalyseerde gedicht van Pessoa: Autopsychografie.


De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst, zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn.
Zijn werkelijk gevoelde pijn.

En zij die lezen wat hij schreef
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar één slechts die de hunne niet kan zijn.

En zo rijdt op zijn rails in ’t rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel ‘het hart’ geheten.


Het gaat in de poëzie om het transponeren of sublimeren van gevoel; van een primaire emotie naar het niveau van een geïntellectualiseerde emotie. De emotie moet immers in woorden worden omgezet, het niveau waarin poëzie in technische zin zich afspeelt. Bij de lezer wordt het omgekeerde proces verondersteld.

Een mooi voorbeeld is:


Zij kwam, glimlachend, elegant,
De voetstap ongehaast en licht,
En ik, die voel met mijn verstand,
Maakte meteen ’t juiste gedicht.

Ik spreek daarin niet over haar
Noch ook hoe zij, volwassen kind,
De hoek omsloeg van gindse straat,
Hoek waar de eeuwigheid begint…

In het gedicht spreek ik van zee,
Beschrijf de golven en de pijn.
Herlezend zie ik een van twee:
De hoek – ofwel de waterlijn.