DE FLANEUR EN DE LEZER
donderdag 7 mei 2015
woensdag 18 februari 2015
BERGOMASK
Bergomask dans
Wat
is de Bergomask dans en waar komt hij vandaan?
De
Bergomask dans wordt genoemd in A Midsummernights
dream en wel aan het eind van het toneelstukje met de naam Pyramus and Thisby. Dit tussenspel over
de fatale liefde wordt door de handwerkslieden gespeeld en aan het eind stelt
Bottom aan Theseus, de vorst van Athene, voor of hij, Theseus, een epiloog wil zien of een dans wil horen. Dan zegt Theseus, laat die epiloog maar zitten, doe die dans maar. En
dan dansen er twee de Bergomaskdans. Alle acteurs waren mannen.
In
commentaren op het stuk staat dat de dans akward is en gedanst wordt door buffoons.
Let wel, Bottom is een van die amateurtoneelspelers van Pyramus en Thisby, waarvan Theseus zegt dat ze de schrijver van
dit stuk beter hadden kunnen ophangen aan de kousenband van Thisby, dan was het
spel tenminste een echte tragedie geweest, wat je nu niet kunt zeggen. Dus laat
die epiloog maar zitten, iedereen is toch dood, dus dans die dans. En dan
dansen de buffoons, de mafkezen of hansworsten, deze stuntelige dans.
De
dans is genoemd naar het stadje Bergamo [Bergomask is een verhaspeling van de plaatsnaam en masker] en je
denkt dan aan een folkloristische dans, een Tiroler klompendans bijvoorbeeld.
Bergamo
hoort weliswaar niet bij Tirol, het ligt 40 kilometer van Milaan [Meiland toen]
maar men sprak er in Shakespeares tijd een aan het Duits verwant dialect. Het
stadje heette ooit Bergheim of Bergen. Het was de zuidelijkste grens van het Germaanse
taal- en cultuurgebied. En daar danste men die beruchte Bergomask.
Nu
de tekst uit de Dream.
BOTTOM
[Starting up] No assure you;
the wall is down that
parted their fathers. Will it please you to see the
epilogue, or to hear a Bergomask dance between two
of our company?
parted their fathers. Will it please you to see the
epilogue, or to hear a Bergomask dance between two
of our company?
THESEUS
No
epilogue, I pray you; for your play needs no
excuse. Never excuse; for when the players are all
dead, there needs none to be blamed. Marry, if he
that writ it had played Pyramus and hanged himself
in Thisby's garter, it would have been a fine tragedy:
excuse. Never excuse; for when the players are all
dead, there needs none to be blamed. Marry, if he
that writ it had played Pyramus and hanged himself
in Thisby's garter, it would have been a fine tragedy:
and so it is, truly; and very notably discharged.
But come, your Bergomask:
A dance
Wat
klopt wel en niet?. Dat het gaat om een lachwekkend stumperige dans, is wel
duidelijk, alleen worden er geen klompen genoemd. De Bergomask is
waarschijnlijk een dans waarbij twee figuren om elkaar heen draaien, terwijl ze
een masker voorhouden. Opvallend is dat Bottom zegt dat hij een dans laat
horen. Anders gezegd, dat het om een dans gaat die lawaai maakt, men kan dan
denken aan klappen en met de voeten stampen. Waarmee dus de associatie met een
klompendans gemaakt is. Een volksdans, waar Shakespeare op neerkeek, want hij
laat deze dans contrasteren met de dans die het echte slot vormt. Een dans van
de elfen die juist elegant is en lichtvoetig en verfijnd. Wat de handwerkslieden
doen met hun amateurspel van Pyramus en
Thisbe en de Bergomask heeft te weinig stijl en elegantie; is erg onbeholpen
en boers. Lower class style, tegenover courtly dancing.
Skiles Howard schrijft in zijn boek:
The politics of Courtly Dancing in Early Modern England:
A Bergomask was originally a clumsy dance in ridiculous imitation of the
peasants of Bergamo. Shakespeare has his clowns, already inept, performing a
dance imitating the inept.
Overigens
laat Shakespeare Theseus ook zeggen dat 'de ijzeren tong' middernacht heeft geluid en dus wordt het voor iedereen bedtijd. Alleen hadden ze in de
Griekse oudheid toen Theseus koning van Athene was, geen klokken met een klepel en evenmin een Bergomask dans.
woensdag 7 januari 2015
THE IMITATION GAME - ALAN TURING
Alan
Turing: Het imitatiespel
_______________________________________________________________________________
_______________________________________________________________________________
Begin 2014 kwam de film: The Imitation game uit. Deze film gaat
over Alan Turing, de man die met zijn decodeermachines de Tweede Oorlog zou
hebben bekort. De rol van Turing wordt gespeeld door Benedict Cumberbatch
(bekend van de Sherlock Holmes tv-serie). De film wil een rehabilitatie zijn van
de besmeurde reputatie van Alan Turing, die in 1954 zelfmoord pleegde, nadat
hij wegens homoseksualiteit was gearresteerd en op wie chemische castratie werd
toegepast.
Turing is de ontwerper van de Bombe, een enorme elektro-mechaniek vol met relais en schakelingen. Op de machine draaiden een groot aantal schijven met cijfers en letters rond, om codeberichten te kunnen decoderen, met name van de Enigma, een Duits apparaat, dat vooral in duikboten werd gebruikt. Dat lukte uiteindelijk. Overigens is Turing niet zelf degene die de enigma, heeft gekraakt; dat waren twee Polen: Marian Rejewski en Henryk Zygalski. Zij allen werkten voor de Government Code and Cypher School, alias Bletchley Park. De opvolger van de bombe was de Colossus (1943), een gevaarte met alleen al honderden kilometers kabel. De hardware bestond uit een enorme hoeveelheid vacuüm- of radiobuizen, die met zijn alle een enorme hitte veroorzaakten. Zo heet werd het, ook vanwege de vreselijk benauwde werkhutten waarmee Bletchley Park volstond, dat de Wrens, de vrouwen die de machines bedienden, zich uitkleedden (niet helemaal natuurlijk, we zijn wel in Engeland). De programmering bestond nl. uit het steeds inpluggen van patchkabels en het verwisselen van talloze codeerschijven. De machine had geen geheugen en geen opslagmedium.
De film maakt er, zoals zo vaak in een biopic, een
hutsepotje van. Eer moet immers een verhaal in (gepsychologiseer, verliefdheid,
schuld en boete). Turing had wel
autistische trekjes, maar toch weer niet zo erg als in de film; hij had
kortstondig een verloofde [Joan Clarke], maar in de film duurt die relatie veel
langer en blijft zijn homoseksualiteit verzwegen, terwijl hij het haar wel
verteld had en Turing zou volgens de film samengewerkt hebben met een Russische
spion op Bletchley [John Cairncross] die hij in werkelijkheid nooit ontmoet
heeft. Een beetje potsierlijk is de idee dat Turing in zijn eentje de
decodeermachine heeft gebouwd; dat deed een heel team. De eerste heette ook
niet Christopher, naar zijn eerste jeugdliefde, maar Bombe, en de tweede veel grotere machine heette Colossus.
In de film houden ze het op één machine, maar naar hoe die
werkt, moet je maar gissen. Je ziet een hoop rotors draaien en dikke kabels en
schakelaars, maar wat het ding doet behalve veel stroom slurpen, is niet duidelijk.
Ook zie je niet dat het apparaat zo’n hitte uitstraalde, dat de Wrens die de
schijven verwisselden, hun bovenkleren uittrokken als het er in die barakken niet
uit te houden was.
Maar toch als film - een indrukwekkend spektakel.
De ontcijfering van de Enigma wordt vaak aangehaald als een van de grootste prestaties in de Tweede Wereldoorlog. Volgens Benedict Cumberbatch heeft Turing hiermee de oorlog twee jaar bekort en miljoenen levens gered.
De Turingtest is een experiment, bedacht door de naamgever in 1936, en nader uitgewerkt in zijn artikel Computing Machinery and Intelligence om licht te werpen op de vraag of een machine menselijke intelligentie kan vertonen.
Het artikel opent als volgt:
"Ik stel voor om de vraag te beschouwen: kunnen machines denken? Dit moet
beginnen met definities van de begrippen machine en denken." Dat is moeilijk, schrijft Turing. "In plaats van te
proberen zo'n definitie te geven zal ik de vraag vervangen door een andere, die
er nauw verwant mee is en uitgedrukt wordt in betrekkelijk eenduidige
termen." Vervolgens stelt hij het Imitatiespel voor, dat sindsdien de Turingtest wordt genoemd. [Info uit
Wikipedia] De film is naar dit imitatiespel genoemd.
Bij het Imitatiespel stelt een
ondervrager via een teletype-systeem (ofwel chatten) vragen aan een mens en aan
een machine. De ondervrager weet niet van wie hij de antwoorden krijgt. Hij
moet vaststellen welke van de robot komen.
In 1995 werd een chatrobot bedacht met de naam A.l.i.c.e. [Artificiel language
internet computer entity]. De robot zakte al na de tweede vraag (eigenlijk een
opmerking).
Vraag: Ik schrijf een stuk over Alan Turing. Weet jij wie
hij is?
Alice: Dat was een briljante en tragische figuur in de
geschiedenis van de computerwetenschappen.
Vraag [Opmerking]: In 2012 herdenken we dat hij honderd jaar geleden
werd geboren.
Alice: Ik kan wachten. Ik ben een heel geduldige
Pandorarobot.
Inmidddels zijn er op internet diverse chatbot.org[s] waar
je een nepmens kunt worden. Nu de techniek veel meer informatie aankan, wordt
het steeds lastiger de nepperd van de echte mens te onderscheiden.
zaterdag 3 januari 2015
HET NEDERLANDS HEEFT OBESITAS
Het Nederlands lijdt aan obesitas
Is
er verschil tussen: ‘Er loopt een hond op straat’ [1] en ‘Een hond loopt op
straat’[2]?
Volgens
de taalkundige Sterre Leufkens niet. Het woordje ‘Er’ is volgens haar
overbodig. Hoezo?
De
informatie in de twee voorbeeldzinnen is formeel hetzelfde. Er is een straat en
daar loopt een hond. Maar toch zit er verschil in de betekenis. Het kan zijn
dat een vrouw aan haar man vraagt of er nog iemand op straat te zien is. De man
staat een beetje verveeld buiten te kijken en zegt dat er een hond loopt.
Verder niets of niemand. Bij de tweede voorbeeldzin, denk ik onmiddellijk aan
het begin van een verhaal. Een hond loopt op straat. Hij heeft een doel; hij
loopt niet zomaar wat rond. Door de propositie van het zinsdeel ‘een hond’
hebben we ook geen toevallig huisdier, maar een hond en geen hondje, laat staan
een kat. Er gaat iets gebeuren. Zin [2] is het begin van een queeste. Mag de
formele betekenis van de zinnen hetzelfde zijn, de nuance in de zinsvolgorde,
maakt het verschil.
Stel
nu dat de man had geantwoord: ‘Een taalkundige loopt op straat’[3]? Dan is het
verschil nog groter. De vrouw denkt: Wat een gek antwoord, hoe weet mijn man,
dat de wandelaar een taalkundige is? Aan een hond kun je zien, dat hij een hond
is, maar niet aan een wandelaar dat hij talenkenner is. Wat doet hij op straat,
waarom zit hij niet achter zijn taalbureau? Of bedoelt de man: ‘Er loopt een
taalkundige op straat [4]’? Aha, denkt de vrouw. Daar is de buurman weer, de man die
altijd de taalfouten van mijn man corrigeert, terwijl hij gewoon boekhouder is.
Zin [4] wordt zo een sarcastische uitspraak. De buurman is geen talenkenner,
maar een pietje precies.
Maar
voor taalkundige Sterre Leufkens is er geen verschil. Sterker nog, er had, veel
efficiënter, kunnen staan: ‘Een taalkundig loop op straat’[5]. En waarom zeggen we
niet: ‘De meisje geef mij de bonnetjes’[6]? Schaf het lidwoord ‘het’ af, maak
alle werkwoordvervoegingen identiek; schrijf alle meervoudsvormen met een
eind-s en doe de verkleinwoorden ook maar weg. Dan krijg je: ‘De meid geef mij de bons’[7]. Is dat hetzelfde? Nee, want bij zin 7 denkt u echt aan iets
anders.
Sterre
Leufkens meent dat het Nederlands vol zit met grammaticale overbodigheden en
aan obesitas lijdt. Dat maakt ze op uit een vergelijking van het Nederlands met
eenentwintig [!] andere talen. Je zou denken met o.a. het Duits (naam- en
andere taalvallen) en het Italiaans (naamvallen en nog veel meer verbuigingen),
maar nee. Ze vergelijkt het Nederlands met de grammatica van het Bantawa, het
Japans, het Tsjoektsjisch (taal van treinmachinisten?), het Sheko en zo voorts.
Asjemenou. Hebben we hier een onderzoeker die jaren onder de bevolking van
eenentwintig landen (o.a. Dagestan, Tamil Nadu, Samoa) heeft verkeerd om aan het
vaderland [in haar moedertaal] te melden dat het Nederlands een omslachtige en
inefficiënte taal is, terwijl die andere talen allemaal veel doelmatiger zijn
en geen overbodigheden kennen? Welnee. Sterre Leufkens heeft haar taalonderzoek
lekker thuis gedaan met tweeëntwintig grammaticaboeken. Leest ze Japans, Tamil,
Kharia, Egyptisch-Arabisch? Blijkbaar wel. Allemaal doelmatige en efficiënte
talen. Dus weg met die obesitas. Als
we van het Nederlands een pidgintaal maken, dan verdwijnen al die betekenisloze
elementen en regels en wordt de taal transparant. Geleuft Leufkens.
Terwijl de taalkundig over straat loop en de regen val, zie zij overal oude pands sta en ze denk: ‘historical junk’, daar zit de stad en de taal vol met. Weg met die meuk!
Terwijl de taalkundig over straat loop en de regen val, zie zij overal oude pands sta en ze denk: ‘historical junk’, daar zit de stad en de taal vol met. Weg met die meuk!
Tja,
van zulke wetenschap krijg ik hysterical jeuk.
zaterdag 8 november 2014
GOOGLE = KOEKEL
KOEKELOEREN
Met een googlebril kun je koekeloeren. Dat is naar andere mensen kijken met een camera die in een bril is gemonteerd. Grote kans dat je met je hersens tegen een paal loopt, want de bril veroorzaakt bij de kijker een blinde vlek. Google denkt dat ze met deze bril een geweldige uitvinding heeft gedaan, want met dit google glass heb je een soort gids in je ogen. Je loopt langs een gebouw en met wat hoofdschudden, krijg je volledige informatie over hoe, wat en wanneer van dat gebouw. Wie interesseert dat, behalve de freaks?
Er zijn zeker toepassingen denkbaar die zeer nuttig kunnen zijn. Bij hersenoperaties, reddingsacties in een ingestorte mijn, zulke zaken. Maar de meeste google-aars zijn gluurders. En dat gedoe is al heel oud.
Op het strand van Westkapelle had je van die oude vissermannen die met een koekelglas, dat is een verrekijker, naar schepen tuurden die er helemaal niet voeren, want Westkapelle heeft geen visserhaven en in de verste verten kwam er geen schip voorbij, dat je met dat koekeloerglas kon waarnemen. Maar wat was er dan wel te koekeloeren; ruim een halve eeuw geleden?
Op het strand van het streng gereformeerde Westkapelle lagen zeer schaars geklede zonnebaadsters uit Duitstalige streken. Op onderstaande foto, anno 1959, zie je de mannen staan bij een achtergelaten Amerikaanse tank. Geen dorp dat zo geleden heeft onder de bevrijding!
Terwijl de moeders de andijvie gaan doodkoken, staan hun mannen op de dijk naar de einder te loeren of een praatje te maken. Wat let hun om af en toe hun koekelglas te richten op het blanke blote strand.
Foto anno 1959, gepubliceerd in mijn boek Zwindingen.
Het woord google is van oorsprong een germaans woord [koekel] van Gucken, wat kijken betekent.
Met een googlebril kun je koekeloeren. Dat is naar andere mensen kijken met een camera die in een bril is gemonteerd. Grote kans dat je met je hersens tegen een paal loopt, want de bril veroorzaakt bij de kijker een blinde vlek. Google denkt dat ze met deze bril een geweldige uitvinding heeft gedaan, want met dit google glass heb je een soort gids in je ogen. Je loopt langs een gebouw en met wat hoofdschudden, krijg je volledige informatie over hoe, wat en wanneer van dat gebouw. Wie interesseert dat, behalve de freaks?
Er zijn zeker toepassingen denkbaar die zeer nuttig kunnen zijn. Bij hersenoperaties, reddingsacties in een ingestorte mijn, zulke zaken. Maar de meeste google-aars zijn gluurders. En dat gedoe is al heel oud.
Op het strand van Westkapelle had je van die oude vissermannen die met een koekelglas, dat is een verrekijker, naar schepen tuurden die er helemaal niet voeren, want Westkapelle heeft geen visserhaven en in de verste verten kwam er geen schip voorbij, dat je met dat koekeloerglas kon waarnemen. Maar wat was er dan wel te koekeloeren; ruim een halve eeuw geleden?
Op het strand van het streng gereformeerde Westkapelle lagen zeer schaars geklede zonnebaadsters uit Duitstalige streken. Op onderstaande foto, anno 1959, zie je de mannen staan bij een achtergelaten Amerikaanse tank. Geen dorp dat zo geleden heeft onder de bevrijding!
Terwijl de moeders de andijvie gaan doodkoken, staan hun mannen op de dijk naar de einder te loeren of een praatje te maken. Wat let hun om af en toe hun koekelglas te richten op het blanke blote strand.
Foto anno 1959, gepubliceerd in mijn boek Zwindingen.
Het woord google is van oorsprong een germaans woord [koekel] van Gucken, wat kijken betekent.
WASEM
Wazig
sonnet
[Leyeloren 36]
Ik
hou heel veel van schele poëzie
Meer
nog van wazige gedichten
Sprekende
en doorleefde gezichten
Het
maakt niet uit van welk of wie
Je
hebt er bij met afgesneden oren
Mombakkesen
bevlekt met acroniemen
Lamentabel
gewrochte metoniemen
Knobbelneuzen
krom van metaforen
Och
was ik maar een plantenpot
Vol
zonnebloemenbladmuziek
Dat
uit mijn pitten parfums vloeien
Hoor
mij met mijn letters stoeien
Op
guichelblaadjes van plastiek
In
uilenspiegels waast de zot
©JM
september 2014

Nog waziger sonnet

Nog waziger sonnet
Ik
grimmel graag met wazige poëzie
Gestold
in tufstenige structuren
Verdichte
aanzichten vol plamuren
Het
schimmert niet van wat of wie
Je
hebt er met versneden anaphoren
Mombakkesen
bepust met acroniemen
Lamentabel
gewrochte metoniemen
Krakkelneuzen
krom van metaforen
Och
was ik maar een plantenpot
Vol
zonnebloemenbladmuziek
Dat
uit mijn pitten parfums vloeien
Hoor
mij met mijn letters stoeien
Op
guichelblaadjes van plastiek
In
uilenspiegels verwaast de zot
©JM
september 2015
donderdag 6 november 2014
HERFSTBROUWSEL
k
Het natte herfsttij schijnt er weer aan te komen
Maar dat interesseert me geen Westmallemoer
Ik zit paterbier te drinken op de duivenkoer
Treurend blad valt uit de hoge wilgenbomen
In de herfst moeten wij om onze doden rouwen
Maar wat hebben die arme zielen daar nu aan
Ik drink liever een dubbel gehopte Franciscaan
Wat kunnen die minnebroeders lekker brouwen
Tripel Trappe, blonde Afflighem en bruine Leffe
Wat let mij om steeds het schuimend glas te heffen
Gouden herfstbock tegen grauwe mistroostigheid
Laat de geleegde drankbokalen nog eens vullen
De kroegmeid streelt mij met haar blonde krullen
Verdrijft de herfst in mij met haar rondborstigheid
©Joannes Maas
Herfstmaand, 2014
|
Abonneren op:
Posts (Atom)
