donderdag 16 april 2026

LEIJSTEEN 12

 

LEIJSTEEN 12

 Er is maar één schrijver in de Nederlandse letteren die naar de Balkan ging en daarover schreef.

Hij noemde zichzelf  Den Doolaard.

Hij werd begraven onder een zwerfkei op de Veluwe: "We hebben tussen wonderen geleefd maar we hebben het niet begrepen" staat er op de steen.

Hij wordt ook niet meer gelezen.

Wat er in de Balkan gebeurde, interesseert hier niemand, behalve misschien de Nederlandse soldaten die moesten toezien dat ze niets mochten doen

De commandant van de Nederlandse soldaten die de Bosniërs in Srebrenica moesten beschermen, kreeg een schemerlamp cadeau van de Servische generaal Mladic, omdat hij, behulpzaam was geweest bij het scheiden van vrouwen en kinderen van hun mannen en vaders.

Die mannen, plm. 7000, werden daarna geëxecuteerd.

In Ohrid, de parel van de Balkan, staat een monument ter ere van Den Doolaard.

In het toeristenseizoen is er een tentoonstelling te zien.

Den Doolaards roman De bruiloft der zeven zigeuners speelt zich af in Ohrid.

Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten.

De eerste toeristen waren pelgrims.

Daarom moest je een plek hebben waar een wonder was gebeurd.

Desnoods verzon je dat wonder zelf.

Daar werd dan een kerk neergezet, waar de pelgrims de heilige konden aanbidden.

De belangrijkste kerk in Ohrid is gewijd aan Sint Naum,

Sint Naum speelde een cruciale rol in het verspreiden van het christendom en het onderwijs van de literatuur in het Slavische gebied. 

Hoewel de gebroeders Cyrillus en Methodius het glagolitische schrift ontwikkelden, heeft hun werk, mede dankzijpersonen als Sint Naum, geleid tot de ontwikkeling van het latere cyrillische schrift.

Dat staat op Wikipedia.

Sint Naum is begraven in de kerk en volgens de lokale bevolking kun je de hartslag van de heilige nog horen als je een oor op zijn graf legt.

Dat is zeker een wonder, als het waaar is, maar volgens mij hoor je dan je eigen hartslag.

Je zou kunnen zeggen dat de bewondering voor een Nederlandse schrijver in Macedonië groter is dan in eigen land.

De bewondering voor het werk van Antoon Coolen kwam vooral voor in Brabant.

Hij was niet steeds op den dool zoals Den Doolaard, maar wel een tijdgenoot.

Coolen is bekend geworden met Dorp aan de rivier.

Hij was bevriend met de huisarts in Deurne, Hendrik Wiegersma, die weer een zoon was van Jacob Wiegersma, huisarts in Lith.

In dat boek heet Jacob Tjerk van Taeke en de rivier heet Maas.

Die Henrik had maar liefst vijf zonen en de bekendste heet Friso die Het tuinpad van zijn vader schreef, dat gezongen werd door de vriend van Friso, Wim Sonneveld genaamd.

Overigens was dit lied, een nostalgische tekst, oorspronkelijk van Jean Ferrat.

Dat lied heet bij Ferrat De berg en is niet alleen nostalgisch maar ook cynisch..

Hendrik komt ook voor in een boek van Toon Kortooms: Help de dokter verzuipt.

Dat lollige boek werd veel beter verkocht dan de doktersboeken van Coolen.

Coolen had vier zonen.

Die eerste drie had hij genoemd naar de Vlaamse schrijvers: Stijn Streuvels, Guido Gezelle en Felix Timmermans. De vierde zoon met een dubbele voornaam werd genoemd naar het echtpaar Wiegersma, Petrus (naar Petronella) en  Hendrik naar Hendrik.

Dat heeft natuurlijk niets met zijn boeken te maken, maar met andere schrijvers en kunstenaars.

In 1936 verscheen De drie gebroeders.

Dat ging alweer over de zonen van Friso ofwel in het echt Jacob Wiegersma.

Die zonen, dus die gebroeders, heetten Henrik, Jaap en Gerrit.

Maar in het boek heten ze Tjerk, Evert en Wobbe.

Nu bent u vast de draad kwijt.

Critici van Coolen vonden dat hij van die uitwaaierende zinnen schreef met veel herhalingen, zodat de lezer ook in die breidraden verstrikt of verveeld raakt.

Alles wat werkelijk gezegd kan worden, kan helder gezegd worden en dat hoeft dan niet tien keer opnieuw gezegd te worden.

Daarom ging Coolen kortere zinnen schrijven.

Ook liet hij de personages wat minder in het Deurnese dialect praten.

Stijn Streuvels schreef ook over een dorp aan de rivier, maar dat was eigenlijk meer een gehucht: De Teleurgang van de Waterhoek.

Daar kwam een brug en werd de oude veerboot overbodig.

De notaris kwam het aan de simpele zielen van de Waterhoek uitleggen.

Hij werd uitgelachen en uitgejouwoud.

Ze saboteerden de bouw van de brug en staken de dam waardoor de bouwput vol water liep.

De bouwers werden bedreigd en een paar werden zelfs vermoord.

De rijkswachters maakten jacht op de daders.

Dat doet me denken aan de protesten tegen een asielzoekerscentrum in deze tijd of de bezetting van een bos waardoor een weg staat gepland.

Verzet tegen verandering en de veronderstelde noden van de moderne tijd is streekoverstijgend.

Enkele boeken van Coolen, hoewel geworteld in het Brabantse dorpsleven, zijn dat ook.

Over het algemeen werd zijn werk positief ontvangen, maar de pejoratieve term streekroman werd toch op zijn oeuvre geplakt.

Streuvels hield er dan weer een eigenaardig taalgebruik op na met veel impressionistische bijvoeglijke naamwoorden.

Hij gebruikte ook West-Vlaamse woorden die zelfs de West Vlamingen niet kenden.

Dat had hij van zijn oom Guido Gezelle die een lange lijst aanlegde van particularismen.

Dat maakt Streuvels zinnen nogal gekunsteld.

De Teleurgang  en Dorp aan de rivier werden destijds goed verkocht en verfilmd, allebei door Fons Rademakers.

In de Teleurgang was Willeke van Ammelrooy als Mira, de slonze, de trekpleister.

Trekpleister is een raar woord.

Maar die trekpleister trok wel de flmgenieters aan.

Maar niemand leest Streuvels, Coolen, Den Doolaard of Timmermans nog.

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten