LEIJSTEEN 16
O
als eieren zo groot
De
tuinman zag zijn bolle wangen
En
sloeg de vuile gapper dood
Het
gezond verstand was de baas.
Jantje
gapt geen pruimen, want waarom zou hij ongehoorzaam wezen?
Natuurlijk
niet.
Zijn
vader had de hardop gesproken overweging gehoord en beloonde de verstandige
Jantje met een hoed vol pruimen.
Zo
had Jantje nog meer pruimen dan wanneer hij ze gestolen had.
De
deugd wordt beloond.
En
het verstand gewaardeerd.
Zo
had je Justus van Effen die naar Engels voorbeeld een tijdschrift volschreef
met verstandige redenaties waarin voors en tegens werden afgewogen.
Dat
tijdschrift heette De Hollandsche Spectator en Van Effen hield het vier jaar
vol tot 1735.
Het
bestond uit twee gevouwen en gebrocheerde vellen papier, dus totaal acht
bladzijden.
Toch
had zijn blaadje veel invloed.
Van
Effen werd wegens verdiensten voor de Engelse cultuur – hij vertaalde Engelse
boeken en The Spectator in het Frans en Nederlands - zelfs benoemd tot lid van
de Royal Society.
Kom
daar nu maar eens om.
In
Frankrijk grepen eerst de revolutionairen de macht en maakte de adel en kopje
kleiner. Voortaan was iedereen gelijk.
Dat
duurde niet lang.
Nadat
Napoleon een aantal verstandige maatgelen had genomen, leek het hem een goed
idee om heel Europa te veroveren.
Dat
liep vooral in Rusland niet goed af.
Toen
Napoleon bij Waterloo uiteindelijk verslagen was, had men liever geen revolutie
of oorlog meer.
De
burgerij wilde rust, reinheid en regelmaat.
Zo
had je de brave Pieter Stastok in een verhaal van Nicolaas Beets.
In
dat verhaal gaat Hildebrand – een pseudoniem van Nicolaas – op bezoek bij de
familie Stastok.
Het
is donderdag en die dag komt een beetje ongemakkelijk uit omdat dan altijd de
zitkamer wordt schoongemaakt.
Pieters
vader deed elke middags eerst een dutje, werd wakker van het geratel van de diligence,
keek op zijn horloge of het wel precies twee uur was en opende dan de kast voor
de drankfles, vulde een glaasje en genoot dan van zijn dagelijkse bittertje.
Over
rust, reinheid en regelmaat gesproken.
Verstandige
mensen, maar met weinig emoties.
In
die tijd schreef Goethe Die Leiden des jungen Werthers.
Die
Werther ging dood van liefdesverdriet.
Tenminste
hij had liefdesverdriet en pleegde zelfmoord.
Het
schijnt dat vele jongeren zijn voorbeeld volgden.
Hun
verstand werd weggespoeld door hun heftige emoties.
Het
sentimentalisme was geboren.
Dat
riep al spoedig de spotlust op van andere schrijvers
Piet
Paaltjens die eigenlijk Francois Haverschmidt heette, schreef geestrijke spotgedichten.
Hij
spotte zelfs met de zelfmoordenaar.
Dat
zou tegenwoordig niet meer op prijs worden gesteld, toen trouwens ook niet.
Je
moet nu meteen het telefoonnummer van zelfmoordpreventie onder zo’n tekst
zetten.
In
de 19de eeuw had je nog geen telefoon, dus ook geen preventie.
Het
navrante is dat Haverschmidt toen hij dominee was en bekend stond als een
zwaarmoedige predikant zelfmoord pleegde door zich net als de zelfmoordenaar in
zijn spotgedicht, op te hangen.
Ook
de deugd leed schipbreuk
Multatuli
maakte korte metten met de deugd.
Droogstoppel
had een huisknecht die te oud werd om nog te werken.
De
huisknecht had jarenlang zonder klagen zijn plicht gedaan.
Nu
moet hij naar een ameluidenhuis.
Wordt
hij beloond om zijn deugdzaamheid?
Nee,
zegt Droogsptoppel, natuurlijk niet.
Hij
kom niet op het idee om de arme knecht een pensioen te geven.
Hij
belegt liever zijn geld in de Nederlandsche Handelmaatschappij die dat geld o.a.
weer belegt in de koffiehandel.
De
koffiehandelaren verdienden toen goed geld aan de koffie.
De
slaven die op de koffieplantages werkten, die kregen alleen slaag.
Dat
zou tegenwoordig niet meer op prijs worden gesteld, toen door abolitionisten
ook niet.
Nu
is de slavernij wel afgeschaft, maar evengoed verdienen de handelaren nog
steeds veel geld met speculatie in de koffiehandel.
De
koffieprijs stijgt veel harder dan de inflatie.
Maar
daar merken de koffieboeren niets van, behalve als je Havelaarkoffie koopt.
Deze
koffie is genoemd naar Max Havelaar, het boek van Multatuli.
Zo
zie je maar dat literatuur nog ergens goed voor is.
De
afschaffing van de slavernij werd ook bevorderd door een boek: De negerhut van
oom Tom van Harriet Beecher Stowe.
Als
Trump toen president van Amerika was geweest, had hij dat boek verboden.
De
geschiedenis laat zien dat boeken vaak verboden worden.
Dictators
houden niet van kritische kranten, tijdschriften en boeken; ze zijn niet
gesteld op vrije denkers.
In
de V.S. worden boeken uit de bibliotheken gehaald omdat ze niet fatsoenlijk
zijn.
De
brave Nederlandse literatuur van de 19de eeuw hoefde men niet te
verbieden.
Je
zou dat de tandeloze literatuur kunnen noemen.
Een
paar schrijvers vonden dat ook.
Ze
richtten een tijdschrift op en noemde dat de Gids.
Dit
tijdschrift werd in 1837 opgericht door Potgieter en Robidée van der Aa.
De
scherpste criticus van dit tijdschrift was Busken Huet.
Het
puntje van een scherpe pen, is het felste wapen dat ik ken, schreef Jacob Cats
al twee eeuwen eerder.
Busken
Huet schreef lange kritieken en werd nogal gevreesd in de vaderlandse literaire
kneutertuin.
Toen
De Gids een beetje ingedommeld was werd de Nieuwe Gids opgericht.
Dit
tijdschrift ging door gebrek aan lezers ten onder tijdens de Duitse bezetting.
De
Gids bestaat nog steeds.
Je
krijgt die gratis bij de Groene Amsterdammer.
De
Groene van 1877 is het laatste kritische en culturele weekblad dat nog steeds
verschijnt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten