donderdag 8 januari 2026

LEIJSTEEN 16

 

LEIJSTEEN 16

 Jantje zag eens pruimen hangen

O als eieren zo groot

De tuinman zag zijn bolle wangen

En sloeg de vuile gapper dood

 Zo ging het natuurlijk niet eind 18de eeuw.

Het gezond verstand was de baas.

Jantje gapt geen pruimen, want waarom zou hij ongehoorzaam wezen?

Natuurlijk niet.

Zijn vader had de hardop gesproken overweging gehoord en beloonde de verstandige Jantje met een hoed vol pruimen.

Zo had Jantje nog meer pruimen dan wanneer hij ze gestolen had.

De deugd wordt beloond.

En het verstand gewaardeerd.

Zo had je Justus van Effen die naar Engels voorbeeld een tijdschrift volschreef met verstandige redenaties waarin voors en tegens werden afgewogen.

Dat tijdschrift heette De Hollandsche Spectator en Van Effen hield het vier jaar vol tot 1735.

Het bestond uit twee gevouwen en gebrocheerde vellen papier, dus totaal acht bladzijden.

Toch had zijn blaadje veel invloed.

Van Effen werd wegens verdiensten voor de Engelse cultuur – hij vertaalde Engelse boeken en The Spectator in het Frans en Nederlands - zelfs benoemd tot lid van de Royal Society.

Kom daar nu maar eens om.

In Frankrijk grepen eerst de revolutionairen de macht en maakte de adel en kopje kleiner. Voortaan was iedereen gelijk.

Dat duurde niet lang.

Nadat Napoleon een aantal verstandige maatgelen had genomen, leek het hem een goed idee om heel Europa te veroveren.

Dat liep vooral in Rusland niet goed af.

Toen Napoleon bij Waterloo uiteindelijk verslagen was, had men liever geen revolutie of oorlog meer.

De burgerij wilde rust, reinheid en regelmaat.

Zo had je de brave Pieter Stastok in een verhaal van Nicolaas Beets.

In dat verhaal gaat Hildebrand – een pseudoniem van Nicolaas – op bezoek bij de familie Stastok.

Het is donderdag en die dag komt een beetje ongemakkelijk uit omdat dan altijd de zitkamer wordt schoongemaakt.

Pieters vader deed elke middags eerst een dutje, werd wakker van het geratel van de diligence, keek op zijn horloge of het wel precies twee uur was en opende dan de kast voor de drankfles, vulde een glaasje en genoot dan van zijn dagelijkse bittertje.

Over rust, reinheid en regelmaat gesproken.

Verstandige mensen, maar met weinig emoties.

In die tijd schreef Goethe Die Leiden des jungen Werthers.

Die Werther ging dood van liefdesverdriet.

Tenminste hij had liefdesverdriet en pleegde zelfmoord.

Het schijnt dat vele jongeren zijn voorbeeld volgden.

Hun verstand werd weggespoeld door hun heftige emoties.

Het sentimentalisme was geboren.

Dat riep al spoedig de spotlust op van andere schrijvers

Piet Paaltjens die eigenlijk Francois Haverschmidt heette, schreef geestrijke spotgedichten.

Hij spotte zelfs met de zelfmoordenaar.

Dat zou tegenwoordig niet meer op prijs worden gesteld, toen trouwens ook niet.

Je moet nu meteen het telefoonnummer van zelfmoordpreventie onder zo’n tekst zetten.

In de 19de eeuw had je nog geen telefoon, dus ook geen preventie.

Het navrante is dat Haverschmidt toen hij dominee was en bekend stond als een zwaarmoedige predikant zelfmoord pleegde door zich net als de zelfmoordenaar in zijn spotgedicht, op te hangen.

Ook de deugd leed schipbreuk

Multatuli maakte korte metten met de deugd.

Droogstoppel had een huisknecht die te oud werd om nog te werken.

De huisknecht had jarenlang zonder klagen zijn plicht gedaan.

Nu moet hij naar een ameluidenhuis.

Wordt hij beloond om zijn deugdzaamheid?

Nee, zegt Droogsptoppel, natuurlijk niet.

Hij kom niet op het idee om de arme knecht een pensioen te geven.

Hij belegt liever zijn geld in de Nederlandsche Handelmaatschappij die dat geld o.a. weer belegt in de koffiehandel.

De koffiehandelaren verdienden toen goed geld aan de koffie.

De slaven die op de koffieplantages werkten, die kregen alleen slaag.

Dat zou tegenwoordig niet meer op prijs worden gesteld, toen door abolitionisten ook niet.

Nu is de slavernij wel afgeschaft, maar evengoed verdienen de handelaren nog steeds veel geld met speculatie in de koffiehandel.

De koffieprijs stijgt veel harder dan de inflatie.

Maar daar merken de koffieboeren niets van, behalve als je Havelaarkoffie koopt.

Deze koffie is genoemd naar Max Havelaar, het boek van Multatuli.

Zo zie je maar dat literatuur nog ergens goed voor is.

De afschaffing van de slavernij werd ook bevorderd door een boek: De negerhut van oom Tom van Harriet Beecher Stowe.

Als Trump toen president van Amerika was geweest, had hij dat boek verboden.

De geschiedenis laat zien dat boeken vaak verboden worden.

Dictators houden niet van kritische kranten, tijdschriften en boeken; ze zijn niet gesteld op vrije denkers.

In de V.S. worden boeken uit de bibliotheken gehaald omdat ze niet fatsoenlijk zijn.

De brave Nederlandse literatuur van de 19de eeuw hoefde men niet te verbieden.

Je zou dat de tandeloze literatuur kunnen noemen.

Een paar schrijvers vonden dat ook.

Ze richtten een tijdschrift op en noemde dat de Gids.

Dit tijdschrift werd in 1837 opgericht door Potgieter en Robidée van der Aa.

De scherpste criticus van dit tijdschrift was Busken Huet.

Het puntje van een scherpe pen, is het felste wapen dat ik ken, schreef Jacob Cats al twee eeuwen eerder.

Busken Huet schreef lange kritieken en werd nogal gevreesd in de vaderlandse literaire kneutertuin.

Toen De Gids een beetje ingedommeld was werd de Nieuwe Gids opgericht.

Dit tijdschrift ging door gebrek aan lezers ten onder tijdens de Duitse bezetting.

De Gids bestaat nog steeds.

Je krijgt die gratis bij de Groene Amsterdammer.

De Groene van 1877 is het laatste kritische en culturele weekblad dat nog steeds verschijnt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten