Savonarola
Als er feest gevierd wordt, zijn er altijd roetstrooiers in
de buurt. Want feesten is niet alleen slecht voor de nachtrust, maar vooral
voor de ziel. En als de feesten een volkstraditie worden, dan zal er hel en
verdoemenis over worden gepreekt. Het carnaval is al zolang het wordt gevierd
een geliefd mikpunt. In 1492 was heel Florence in de greep van de donderpreken
van de prior van het San Marco klooster, de dominicaan Girolamo Savonarola. De
Florentijnen zouden door God gestraft worden “ vanwege uw zonden, uw wreedheid,
uw inhaligheid, uw wellust en uw eerzucht…” Twee jaar later trok Karel VIII, de
koning van Frankrijk, Florence binnen en verjoeg er de heersende familie
Medici. Savonarola zette nog een tandje bij en voorspelde een zondvloed: “ Ik
zal wateren over de aarde doen stromen,” en prompt overstroomde de Tiber. Die
ramp trof weliswaar niet Florence, hoewel daar de bliksem insloeg in de duomo,
maar de schrik zat er goed in. Michelangelo, was zeer onder de indruk van deze
monnik, die dacht dat hij profeet was en zichzelf vergeleek met Noach. Het
thema van de zondvloed, een van de bekendste verhalen uit de bijbel, zou
Michelangelo later uitwerken in het grote fresco in het plafond van de
Sixtijnse kapel.
Waren het
de Medici die hem aanboden kardinaal te worden, mits hij zijn toon matigde?
Savonarola wees dit af met de woorden: “Ik hoef geen hoeden of grote of kleine
mijters; het enige wat ik wil, is wat jullie je heiligen hebben gegeven: de
dood. Een rode hoed, een hoed van bloed, dat is wat ik begeer.” [1]
En hij droomde van een vreugdevuur der ijdelheden. Overbodige en luze
voorwerpen en bedrijvers van sodomie (homo’s) moesten worden verbrand. Gelukkig
lieten ze die laatsten met rust, maar schaakborden, speelkaarten, haarnetjes en
parfumflesjes, als ook muziekinstrumenten, wandtapijten, schilderijen en de
boeken van Dante, Petrarca en Boccaccio moesten branden en wel met carnaval op
vette dinsdag; de dag voor de vasten begon.
Het was dinsdag 7 februari 1497.
“In de ochtenduren had een talrijke menigte de plechtige mis bijgewoond welke
opgedragen was door Savonarola. In de namiddag trok het volk in een lange
processie door de straten van de stad. Op de Piazza [della Signoria] had een
grote menigte kunstvoorwerpen bijeengebracht en hoog opgestapeld (…) Gedurende
het karnaval hadden de dwepende volgelingen van Savonarola uit huizen en
openbare gebouwen alles weggesleept wat zij machtig konden worden aan weelde en
kunstvoorwerpen.” De stapel groeide tot meer dan twintig meter en er boven op
werd een reusachtig beeld van het karnaval gezet. Onder het zingen van
godsdienstige liederen wordt de stapel in brand gestoken; alle klokken luiden;
de menigte wordt waanzinnig van geestdrift. Zo eindigde het carnaval in
Florence in 1497.
In 1498 wordt dit tafereel
herhaald,. Maar er verandert iets. Er komt verzet uit de schrijversgroep van
Francesco Colonna van de Hypnerotomachia
Poliphili – in 1499 werd dit vreemd
gestileerde en kostbare boek gepubliceerd. De zoektocht naar dit boek en zijn
betekenis wordt verhaald in de Amerikaanse bestseller The Rule of Four [2]–
Met die boetepater liep het
slecht af. In hetzelfde jaar al werd hij door paus Alexander VI in de ban
gedaan. Op 9 april 1498 werd hij gevangen gezet, beschuldigd van ketterij en
opruiende prediking. Op 23 mei wordt Savonarola op dezelfde plek op de Piazza
opgehangen. Daarna werd zijn lijk verbrand en de as in de Arno gesmeten. Want
wie roet strooit, zal zelf verstrooid worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten