woensdag 27 mei 2026

Semtot: De vloekzang

 

Sentot

 

En als de zon in ’t oosten opdaagt

Knielt elk Javaan voor Mahomed

Wijl hij het zachtste volk der aarde

Van Christenhonden heeft gered.

 Uit: De laatste dag der Hollanders op Java, door Sentot = Alibassa Prawiro Dirdjo,

Onder dit pseudoniem publiceerde Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga de Vloekzang.

Roorda van Eysinga werd geboren in Batavia [Jakarta] in 1825 en overleed in 1887 in Zwitserland. Van 1840 tot 1844 zat hij op de KMA in Breda. Hij werd eerst officier, later beheerder van een tabaksplantage en journalist. Getroffen door grote armoede (hij werd verbannen en week uit naar Brussel) dichtte hij in 1860 De laatste dag der Hollanders op Java. Die dag kwam pas na 89 jaar!

In 1860! Hetzelfde jaar waarin Multatuli, ook in Brussel, de Max Havelaar schreef.

Later schreef hij mee aan een pamflet over de wandaden van koning Willem III: Uit het leven van Koning Gorilla. Een anonieme brochure, gemaakt door de redactie van het blad Recht voor allen

 

De Vloekzang van Sentot 
of De laatste dag der Hollanders op Java

Zult gij ons nog langer vertrappen, 
Uw hart vereelten door het geld, 
En, doof voor de eisch van recht en rede, 
De zachtheid tergen tot geweld?

Dan zij de buffel ons ten voorbeeld, 
Die sarrens moê de hoornen wet, 
Den wreden drijver in de lucht werpt 
En met zijn lompen poot verplet.

Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden, 
Dan roll' de wraak langs berg en dal, 
Dan stijg' de rook uit uw paleizen, 
Dan trill' de lucht van 't moordgeschal.

Dan zullen wij onze oren streelen 
Aan uwer vrouwen klaaggeschrei, 
En staan, als juichende getuigen, 
Om 't doodsbed van uw dwingelandij

Dan zullen wij uw kinderen slachten 
En de onzen drenken met hun bloed, 
Opdat der eeuwen schuld met rente, 
Met woekerwinst word' vergoed.

En als de zon in 't Westen neerdaalt,
Beneveld door den damp van 't bloed, 
Ontvangt zij in het doodsgerochel 
De laatste Hollandsche afscheidsgroet.

En als de nachtelijke sluier
De rookende aarde heeft overdekt, 
De jakhals de nog lauwe lijken
dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt ...

Dan voeren wij uw dochters henen,
En elke maagd wordt ons een boel,
Dan rusten wij aan haar blanke boezems
Van moordgetier en krijgsgewoel.

En als haar schand zal zijn voltrokken,
Als wij ons hebben moegekust,
Als elk tot walgens toe verzadigd,
Het hart van wraak, het lijf van lust ...

Dan tijgen wij aan 't banketteeren, 
En de eerste toast is: `'t Batig Slot!' 
De tweede toast: `aan Jezus Christus!' 
De laatste dronk: `aan Neêrlands God!'

En als de zon in 't Oosten opdaagt, 
Knielt elk Javaan voor Mohamed, 
Wijl hij het zachtste volk der aarde 
Van Christenhonden heeft gered.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten