Posts tonen met het label Friedrich Nietzsche. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Friedrich Nietzsche. Alle posts tonen

zaterdag 14 november 2015

WAT KUNNEN WE WETEN - HET POSTMODERNE DENKEN



Wat kunnen we weten?
Het postmoderne denken.
[Leyloren 51]
De belangrijkste vraag in de filosofie – of gewoon – bij alle mensen is niet: Wat is de zin van het leven? Want de zin van het leven is het leven zelf. Maar belangrijker is de vraag: Wat kunnen we weten?
De antwoorden op deze vraag hebben vaak geleid tot botsingen met religieuze en wereldlijke overheden.
Draait de zon niet om de aarde? Als alle mensen gelijk zijn, waarom zijn er dan slaven?
De wereldgeschiedenis gaat om de strijd om het weten, om de waarheid. En die strijd moet altijd geleverd worden tegen de heersende macht.

Het moderne weten vergt een aanhoudende inzet om de waandenkbeelden en de manipulatie van de waarheid door de macht te bestrijden en te ontmaskeren. 
Maar wat blijft er over als alles is gedemaskeerd?
Het postmodernisme.
In het postmodernisme is waarheid een hermeneutische illusie.

Om het Postmodernisme uit te leggen beginnen de uitleggers bij Plato. We zijn grotbewoners die de schaduwen van onszelf op de wanden van de grot aanzien voor iets buiten ons. Bij Plato is er onderscheid tussen de zichtbare werkelijkheid of natuur (physis) en de idee (nomos). In zijn opvatting is er plaats voor het transcedente; iets wat we enigszins kunnen kennen in symbolen; zeg maar schaduwen. Deze opvatting wordt eigenlijk tot ver in de 18de eeuw meegenomen: er is iets hogers, buiten ons. Kunst toont ons een schim van dat hogere; kunstenaars hebben een apart orgaan voor dat hogere. Toen de archeologen extatisch rapporteerden over de vondsten in de piramiden van Egypte, leidde dat tot een nieuwe kunststroming: het symbolisme. De beeldende toepassing  daarvan is art nouveau. Voor een kennismaking hoef je niet naar Egypte; een rondleiding in een (post)moderne piramide is dichterbij mogelijk, het warenhuis Harrods in Londen is door de Egyptische eigenaar El Fayadd in een schatkamer veranderd. Hij - de postmoderne Farao - is de vader van Dodi die zich opgejaagd door paparazzi met prinses Di te pletter reed in een Parijse tunnel. Een sublieme  postmoderne dood.

Dat in de natuurwetenschappen "het hogere" allang was verbannen naar het rijk van de astrologen, waarzeggers en priesters, was voor schrijvers en filosofen pas schrikken toen Nietzsche zijn "Umwertung aller Werte" propageerde.
En na hem Wittgenstein: "filosofie is een taalspel". En Foucault (1926-1984), de grondlegger van het poststructuralisme, die ons wijst op de vermeende superioriteit van het westerse denken. De menselijke geest is een product van zijn evolutie, dus een deel van de natuur, dus alles wat de menselijke geest aan gedachten produceert zijn projecties, modellen, taalconstructies van diezelfde geest, dus bedenksels, even subjectief als de meningen van een gek. Een collectieve gekte weliswaar.

Bij Lyotard (1924-1998) begint het postmodernisme. Door Auschwitz verloor de geschiedenis haar redelijkheid. Het beeld van de geschiedenis die afstevent op een doel, een belofte voor bevrijding, is vals. Filosofie is een metaverhaal. De filosofie; de wetenschap verliest haar legitimiteit. Het gaat nu - in de kunst bijv. - alleen nog maar om de ervaring van het sublieme. Een andere naam: Derrida vertegenwoordigt het deconstructivisme. Hij is tegen het logocentrisme van Plato, maar verwerpt ook filosofie als taalspel. Wanneer je teksten analyseert, kun je beter kijken naar wat er niet in staat. Teksten verwijzen bovendien altijd naar elkaar; zgn. intertekstualiteit.

Rorty vindt weer dat het alleen maar om nut gaat. De wereld, de taal, de cultuur zijn niet noodzakelijk, maar toevallig, dat heet contigent. Men kan slechts ironisch naar de geschiedenis, de taal, etc. kijken. Alles is product van toeval en tijd. Eco vult dit aan met zijn uitspraak:"De ironische herwaardering van het verleden is één van de vormen van hedendaags herkauwen". De literatuur is potentieel oneindig, zelfherhalend., als het rizoom in De naam van de roos; een labyrint zonder centrum, geen buitenkant, geen uitgang.

In het Postmodernisme heeft niets zin of betekenis; nihilisme dus. Vooral de gedachte dat de mens een uniek en autonoom wezen is, is verdwenen. De begrippen waarheid - intentie - authenticiteit - betekenis - logica - zijn zinloos; hermeneutische illusies. Het PM maakt geen onderscheid tussen kunst of kitsch; werkelijkheid of fictie. Alles is tekst; of het nu literatuur is of trivia. Als de kunst het leven weerspiegelt, dan weerspiegelt zij de leegte. Het postmoderne leven -een bewuste vorm van wegkijken- is een reactie op het bombardement van de beelden der verschrikking in de media die tonen dat de wereld een wrede chaos is. Deze pragmatische levensstijl reageert alleen op directe impulsen; ze is consumptief, globalistisch, flashing, subliem.

De postmoderne kunst kenmerkt zich daardoor met:

1.      Eclecticisme: het gebruik van elementen uit andere kunstvormen of van andere kunstenaars in het eigen werk; originaliteit is niet vereist
2.      Metafictionaliteit: geen verschil tussen waarheid en fictie
3.      Intertekstualiteit: teksten verwijzen naar elkaar, men parodieert, citeert, imiteert.
4.    Pluriformiteit - grote vrijheid van middelen, uitdrukkingsvormen, uitingswijzen.

Welke voorbeelden zijn er:
James Joyce's  Ulysses wordt wel als de moeder van de PM-teksten gezien. En Slaughterhouse 5 als combinatie van realiteit en droom. De Revisor-groep experimenteerde met het: "Als Eileen niet op die dag…, dan zou dit verhaal…De ‘als… dan’ virtualiteit is net zo echt of onecht; als de echte. Elke roman is een constructie. Ons levensbeeld is een constructie..
Rob Scholte - de kunstenaar zonder benen - maakte "De schreeuw" na: een clownspop schildert aangedreven door een mechaniekje: "De schreeuw". Inmiddels schildert hij in Japan een gigantische muurdecoratie met een 17de eeuwse vlootschouw van Willem van der Velde na met daarin striptechnische elementen.
In de architectuur zijn er musea als het Centre Beaubourg in Parijs [een binnenstebuiten gekeerde constructie] en het Groninger museum dat lijkt op een schip, een ruimtevaartuig en een kasteel ineen.
Kennis is morgen verouderd (zou het?) en wie wat wil weten, kijkt op Wikipedia.
Losse weetjeskunde.
En geen begrip.
Dus consumeren maar.



[Bronnen: M. Nio; Het komplot van de wereld
Lyotard: L'analytique du sublime; La condition postmoderne; Het postmodernisme uitgelegd aan onze kinderen
Ts: Literatuur, sept-okt 1985]

maandag 17 augustus 2015

WILLEM FREDERIK HERMANS EN HET NIHILISME



WILLEM FREDERIK HERMANS EN HET NIHILISME
 [Leyeloren 47

Onder Nihilisme verstaat Nietzsche: de radicale afwijzing van waarde, zin en wensbaarheid.

In de ontwikkeling van het Nihilisme onderscheiden we drie fasen.

1. Het optimistisch nihilisme van de Verlichting. In de Verlichting ging het om de
vrijmaking van de mensheid van (bij)geloof, middeleeuwse opvattingen, onderdrukking en
achterlijkheid. Men dacht door alles kritisch te onderzoeken en niets op voorhand voor waar te
houden; door gebruik van het gezond verstand een betere samenleving te maken.
Men dacht dat. Lees Candide en ga je tuintje wieden.

2. Het tragisch Nihilisme van de filosoof Nietzsche. Nietzsche ontkent elke zin of doel van het bestaan, want God is dood. Er is niks dan de dood. Daardoor is er ook vrijheid; alles is toegestaan. Nietzsche ontwikkelde de Uebermensch‑ theorie. De Uebermensch staat tegenover de kuddemens. macht is zijn enige lust. Goed is wat macht geeft; slecht is het zwakke; geluk is wat nog meer macht geeft.(Willem Frederik Hermans vond deze theorie ook een hersenschim; wij weten nu immers hoe de NAZI's deze theorie misbruikt hebben.)

Eenzelfde soort denkwijze werd ontwikkeld in het Existentialisme. Dit leert ons dat de mens fundamenteel eenzaam is, omdat er geen verlossing is (na de dood); tegelijkertijd is de mens ook vrij, omdat er niets boven hem staat. Dat stelt de mens echter wel voor vragen die hem vooral overvallen in zgn. grenssituaties: ziekte, dood en bij belangrijke keuze­momenten in het leven. Zo kom je terug bij de levensvragen van Kant: Wie ben ik, wie kan ik worden, wat mag ik hopen? Dat is het tragische in het bestaan, omdat we onvermijdelijk foute beslissingen nemen of niet weten wat we moeten doen. [Je maakt je dan van Kant, of je gaat kantklossen.]
Vooral de schijver Jean‑Paul Sartre heeft hier in essays, romans en toneelstukken over geschreven.

3. Het postmodern Nihilisme. Een banale vorm van nihilisme. Er is geen waarheid; alles is al gedacht en gedaan. Het heeft ook geen zin om naar zin te zoeken. De wereld is toevallig. Het gaat alleen nog maar om de ervaring van het sublieme. Tenminste bij kunstenaars; voor de 'kudde, is er het consumentisme, d.w.z. leven om te consumeren; de hamburger‑ en coca-colamaatschappij; die is van fijn jezelf zijn. De valse wereld van de reclamespots die vooral leuk, jong en modern moet zijn. Ik besta; dus ik ben, denk ik.

Volgens W.F. Hermans is de meeste filosofie praatjesmakerij. Filosofie is vnl. tautologie (hetzelfde zeggen met andere woorden); ze is een taalspel; maar ze zegt niets over de werkelijkheid. Alleen de exacte wetenschap kan dat. Dit heeft hij van Ludwig Wittgenstein. Deze schrijft aan het eind van zijn studie (de Tractatus Logico Philosophicus) dat wanneer de wetenschap alle vragen zou hebben beantwoord; we over onze levensproblemen nog niets weten. En hij sluit af met de
beroemde zin: Waarover men niet spreken kan, daarvan moet men zwijgen.

Toch zijn Multatuli, noch Ter Braak, noch Hermans echte nihilisten, want zij zoeken naar waarheid in de literatuur of liever zoeken zij naar authenticiteit en waarheid, tegenover onwaarheid en onwaarachtigheid. Daarom schrijven zij ook steeds en onderzoeken zij wat schrijvers schrijven. Men noemt Hermans daarom wel een scheppend nihilist.