LEIJSTEEN 15
Misschien zit ons hele heelal wel in
een zwart gat.
Misschien zit dat enorme zwarte gat
weer in een ander zwart gat,
Misschien zijn er dan nog meer
heelallen.
Dat is het matroesjkapoppetjesmodel.
Zwarte gaten kun je eigenlijk niet
zien; zo donker zijn ze.
Ze slokken alle energie uit hun
omgeving op
Ik denk dat de Nederlandse literatuur
ook vlak bij zo’n zwart gat zit.
Het is er een slappe futloze boel.
Maartje Wortel schreef onlangs het boek
Camping.
Het is zo’n camping met veel vaste en
wat rare gasten.
Op zich is dat wel vermakelijk, maar
waar gaat het boek eigenlijk over?
Volgens Tzum zou het boek een spiegel
zijn van onze maatschappij.
Omdat de camping vol zit met drop-outs
en daklozen
Dan is er iets mis met de spiegel of
met het maatschappijbeeld van recensent Peppelenbos.
Het einde is nogal onverwacht en slaat
nergens op, maar dat moet u zelf maar lezen.
Voor zijn boek Uit het leven van een
hond kreeg Sander Kollaard de Libris literatuurprijs.
Er komt inderdaad een hond in voor.
De hond is nogal ziek.
Maar dat is niet de hoofdpersoon.
Dat is Henk.
Henk is een lullige vent die maar wat
aanrommelt in zijn leven.
Vooral in de liefde of het gebrek daar
aan.
Goed beschouwd is de hoofdpersoon zelf een
zieke hond.
Om de Librisprijs te winnen moet de
jury uit bijna vijfhonderd door de uitgevers als literatuur aangemerkte
Nederlandstalige boeken selecteren.
De Vlamingen mogen dus ook meedoen.
Bijna vijfhonderd literaire werken per
jaar kan geen enkel mens in een jaar lezen, dus hoe gaat dat selecteren dan?
Uit die selectie komt een longlist tot
stand en de boeken worden dan verdeeld over een aantal juryleden.
Na deze leesronde maken die een
shortlist, waaruit de winnaar wordt gekozen.
De literatuur als wedstrijd met de
boekverkopers en de uitgevers als sponsors.
Omdat er veel mensen zijn die zich
graag laten kwetsen en dan boos worden, kiest de jury blijkbaar voor boeken die
niemand kan kwetsen.
De braafheid wordt beloond net zoals in
Jantje zag eens pruimen hangen.
De brave 18de en 19de eeuw komen terug.
W.F Hermans vond dat er maar één echte
schrijver is, en dat is; jawel Multatuli.
Voor de rest had hij weinig waardering.
Voor Hermans bevond die rest, dus alle
schrijvers op Multatuli na, zich in een zwart gat.
Of om Hermans woorden te gebruiken: in
een muizenhol.
Vondels toneelstukken zijn
praatstukken; er wordt niets gedaan.
De dramatische handeling is beneden
peil.
Er wordt niet getoond maar verteld.
Met de tijdgenoten van Vondel is het al niet beter
gesteld.
Constantijn Huygens en P.C. Hooft
schreven nauwelijks behoorlijk Nederlands.
Alleen Focquenbroch kon er mee door.
Focquenbroch was een satiricus en dreef
de spot met alles en iedereen.
Dat was waarom Hermans hem boven al die
anderen waardeerde.
Met de literatuur in de 18de
eeuw was het nog droeviger gesteld.
Betje Wolff en Aagje Deken zijn na-apers
van het bastaardgenre: de roman in brieven.
Hildebrand schreef huiskamertjesliteratuur.
De familie Stastok is daar een mooi
voorbeeld van.
Het spannendste moment van de dag is
waarop de diligence voorbij komt.
Dan pakt de oude Stastok zijn vestzakhorloge
om te controleren of de koets wel precies op tijd het huis passeert.
Benepenheid en gebrek aan heroïek.
De Tachtigers – een groepje jongemannen
die het rijdschrift De Nieuwe Gis oprichtten in 1885 hadden hoogdravende
woorden en uitweidingen nodig om hun onbenullige thema’s op te krikken.
Ook de twintigste eeuwers vallen door
de mand.
Du Perron kan nog enige waardering
krijgen van Hermans.
Zijn boek De man van Lebak (dat is Multatuli)
vindt hij een knappe biografie.
Maar de vorm of vent discussie
vindt hij van secundair belang.
Aan Menno ter Braak had Hermans een
onbegrensde hekel.
Zijn literaire prestaties lijken op die
van een kanselprediker.
Met zijn troebel taalgebruik behandelt
hij zwaarwichtige kwesties.
Allemaal napraterij.
Hermans drijft de spot met Ter Braaks zelfmoord.
Een daad van misplaatste angst.
Naast Du Perron, konden alleen
Bordewijk en de dichters Hendrik de Vries, Slauerhoff en Lucebert op waardering
rekenen.
Woorden van Hermans via Ronald Havenaar
in zijn boek Nederland volgens WFH.
Behalve
veel kritieken, verhalen en romans heeft WFH ook een zes toneelstukken
geschreven. Met het stuk over King Kong kreeg hij ruzie met de NTS (de Nederlandse
televisiestichting) omdat volgens Hermans Lindemans (de echte naam van King Kong)
geheime informatie had doorgegeven aan de Duitsers, althans dat werd beweerd.
Lindemans
zou door zijn vriendschap met Prins Bernhard aan die geheime informatie gekomen
zijn.
Bekend
is dat Bernhard nogal slordig omging met zijn papieren.
Daardoor
mislukte de inname van de brug bij Arnhem, die belangrijk was om door te stoten
naar Oost-Nederland waardoor de Duitse bezetters in de tang kwamen te zittend
en de bevrijding van geheel Nederland nog voor de winter van 19444 kon
geschieden.
Door
die informatie was het offensief ‘een brug te ver’ en duurde de bezetting nog
zeven maanden langer.
Dr.
Lou de Jong, de directeur van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie was
van mening dat Lindemans niet over die informatie kon beschikken.
De
omroep besloot het toneelstuk niet vertonen.
King
Kong, het toneelstuk dan, is een stuk waarin meer wordt gepraat, dan getoond.
Het
is nl. een verhoor van de onderzoekscommissie.
Hermans
laat er voor de actie wel een stel demonstranten optreden, maar daarmee wordt
het stuk niet beter, eerder potsierlijk.
Het
dramatisch werk van Hermans was geen succes.
Ook
schoenmakers moeten zich bij hun leest houden.