woensdag 7 januari 2026

LEIJSTEEN 15

 LEIJSTEEN 15

 

Misschien zit ons hele heelal wel in een zwart gat.

Misschien zit dat enorme zwarte gat weer in een ander zwart gat,

Misschien zijn er dan nog meer heelallen.

Dat is het matroesjkapoppetjesmodel.

Zwarte gaten kun je eigenlijk niet zien; zo donker zijn ze.

Ze slokken alle energie uit hun omgeving op

Ik denk dat de Nederlandse literatuur ook vlak bij zo’n zwart gat zit.

Het is er een slappe futloze boel.

Maartje Wortel schreef onlangs het boek Camping.

Het is zo’n camping met veel vaste en wat rare gasten.

Op zich is dat wel vermakelijk, maar waar gaat het boek eigenlijk  over?

Volgens Tzum zou het boek een spiegel zijn van onze maatschappij.

Omdat de camping vol zit met drop-outs en daklozen

Dan is er iets mis met de spiegel of met het maatschappijbeeld van recensent Peppelenbos.

Het einde is nogal onverwacht en slaat nergens op, maar dat moet u zelf maar lezen.

Voor zijn boek Uit het leven van een hond kreeg Sander Kollaard de Libris literatuurprijs.

Er komt inderdaad een hond in voor.

De hond is nogal ziek.

Maar dat is niet de hoofdpersoon.

Dat is Henk.

Henk is een lullige vent die maar wat aanrommelt in zijn leven.

Vooral in de liefde of het gebrek daar aan.

Goed beschouwd is de hoofdpersoon zelf een zieke hond.

Om de Librisprijs te winnen moet de jury uit bijna vijfhonderd door de uitgevers als literatuur aangemerkte Nederlandstalige boeken selecteren.

De Vlamingen mogen dus ook meedoen.

Bijna vijfhonderd literaire werken per jaar kan geen enkel mens in een jaar lezen, dus hoe gaat dat selecteren dan?

Uit die selectie komt een longlist tot stand en de boeken worden dan verdeeld over een aantal juryleden.

Na deze leesronde maken die een shortlist, waaruit de winnaar wordt gekozen.

De literatuur als wedstrijd met de boekverkopers en de uitgevers als sponsors.

Omdat er veel mensen zijn die zich graag laten kwetsen en dan boos worden, kiest de jury blijkbaar voor boeken die niemand kan kwetsen.

De braafheid wordt beloond net zoals in Jantje zag eens pruimen hangen.

De brave 18de en 19de eeuw komen terug.

 

W.F Hermans vond dat er maar één echte schrijver is, en dat is; jawel Multatuli.

Voor de rest had hij weinig waardering.

Voor Hermans bevond die rest, dus alle schrijvers op Multatuli na, zich in een zwart gat.

Of om Hermans woorden te gebruiken: in een muizenhol.

Vondels toneelstukken zijn praatstukken; er wordt niets gedaan.

De dramatische handeling is beneden peil.

Er wordt niet getoond maar verteld.

Met de  tijdgenoten van Vondel is het al niet beter gesteld.

Constantijn Huygens en P.C. Hooft schreven nauwelijks behoorlijk Nederlands.

Alleen Focquenbroch kon er mee door.

Focquenbroch was een satiricus en dreef de spot met alles en iedereen.

Dat was waarom Hermans hem boven al die anderen waardeerde.

Met de literatuur in de 18de eeuw was het nog droeviger gesteld.

Betje Wolff en Aagje Deken zijn na-apers van het bastaardgenre: de roman in brieven.

Hildebrand schreef huiskamertjesliteratuur.

De familie Stastok is daar een mooi voorbeeld van.

Het spannendste moment van de dag is waarop de diligence voorbij komt.

Dan pakt de oude Stastok zijn vestzakhorloge om te controleren of de koets wel precies op tijd het huis passeert.

Benepenheid en gebrek aan heroïek.

De Tachtigers – een groepje jongemannen die het rijdschrift De Nieuwe Gis oprichtten in 1885 hadden hoogdravende woorden en uitweidingen nodig om hun onbenullige thema’s op te krikken.

Ook de twintigste eeuwers vallen door de mand.

Du Perron kan nog enige waardering krijgen van Hermans.

Zijn boek De man van Lebak (dat is Multatuli) vindt hij een knappe biografie.

Maar de vorm of vent discussie vindt  hij van secundair belang.

Aan Menno ter Braak had Hermans een onbegrensde hekel.

Zijn literaire prestaties lijken op die van een kanselprediker.

Met zijn troebel taalgebruik behandelt hij zwaarwichtige kwesties.

Allemaal napraterij.

Hermans drijft de spot met Ter Braaks zelfmoord.

Een daad van misplaatste angst.

Naast Du Perron, konden alleen Bordewijk en de dichters Hendrik de Vries, Slauerhoff en Lucebert op waardering rekenen.

Woorden van Hermans via Ronald Havenaar in zijn boek Nederland volgens WFH.

Behalve veel kritieken, verhalen en romans heeft WFH ook een zes toneelstukken geschreven. Met het stuk over King Kong kreeg hij ruzie met de NTS (de Nederlandse televisiestichting) omdat volgens Hermans Lindemans (de echte naam van King Kong) geheime informatie had doorgegeven aan de Duitsers, althans dat werd beweerd.

Lindemans zou door zijn vriendschap met Prins Bernhard aan die geheime informatie gekomen zijn.

Bekend is dat Bernhard nogal slordig omging met zijn papieren.

Daardoor mislukte de inname van de brug bij Arnhem, die belangrijk was om door te stoten naar Oost-Nederland waardoor de Duitse bezetters in de tang kwamen te zittend en de bevrijding van geheel Nederland nog voor de winter van 19444 kon geschieden.

Door die informatie was het offensief ‘een brug te ver’ en duurde de bezetting nog zeven maanden langer.

Dr. Lou de Jong, de directeur van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie was van mening dat Lindemans niet over die informatie kon beschikken.

De omroep besloot het toneelstuk niet vertonen.

King Kong, het toneelstuk dan, is een stuk waarin meer wordt gepraat, dan getoond.

Het is nl. een verhoor van de onderzoekscommissie.

Hermans laat er voor de actie wel een stel demonstranten optreden, maar daarmee wordt het stuk niet beter, eerder potsierlijk.

Het dramatisch werk van Hermans was geen succes.

Net veel geleerd van de praatstukken van Vondel.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten